Nieuws

woensdag 22 november 2023

duif bek

Een gemiddeld duivenhok lijkt eerder op een ziekenhuis dan op een verblijfplaats voor duiven. Om als duivenmelker een klein beetje mee te kunnen doen heb je op zijn minst een apothekersopleiding nodig. Althans zo lijkt het wel met al die ziektes tegenwoordig maar doen we dat niet zelf door het toedienen van allerlei antibiotica en geneesmiddelen. Is het niet beter om de natuurlijke weerstand te verhogen i.p.v. telkens weer naar de medicijnen te grijpen. Zo is het ook met de bovenste luchtwegen van de duif. Elke duif heeft er last van in meer of mindere mate. Telkens medicijnen geven is een gebed zonder eind. Is het niet beter om de oorzaak te bestrijden.
Coryza is de grote boosdoener
Je kunt van mij aannemen dat veruit de meeste problemen met de bovenste luchtwegen wordt veroorzaakt door de Coryza virus of ook wel rhinitis uit de herpesfamilie. Elke duif op je hok is in meer of mindere mate drager van dit virus. Hierdoor ontstaan bacteriële complicaties zoals Staphylococcen en E. Coli.
Eerste fout is antibiotica
De eerste fout is het grijpen naar antibiotica middelen om de symptomen van al deze narigheid te bestrijden. Vroeger toen ik jong was deden de duivenmelkers dat op een andere manier. I.p.v. medicijnen hadden ze een grote ijzeren ton met een deksel. Hierdoor konden ze het probleem snel oplossen. En hoe eerder je erbij was des te minder duiven koste het je.
Antibiotica heeft geen duurzame werking tegen ziektes in de bovenste luchtwegen. Eerder verwoesten ze het delicate evenwicht in de darmflora waardoor je van het ene probleem in het andere probleem valt. Met als gevolg een seizoen lang dweilen met de kraan open. Het belangrijkste is dan ook een solide natuurlijke weerstand op te bouwen bij je duiven.
Grote verliezen
De meeste verliezen komen door sluimerende ziektes welke je niet gauw ontdekt. Omdat een duif een meester is in het verstoppen van allerlei ontwakende ziektes. Maar op het ogenblik dat een duif diep in zijn reserves moet tasten dan komt de ellende naar boven en leidt dan ook vaak tot grote onverklaarbare verliezen.
Stress, temperatuurveranderingen, voeding maar wat maar heel weinig duivenmelkers weten en zwaar onderschatten zijn parasieten. Zowel op het eigen hok als in de duivenmanden op het inkorflokaal.
Stuitluis en consorten
Parasieten zoals veerluis waar iedereen wel iets tegen doet. Maar denk eens aan stuitluis. Je controleert je duiven en vind niks maar controleer ze vijf minuten later en de hele stuit zit onder de stuitluis. Blijf hier ontzettend alert op en controleer het elke dag. Zonder dat je het in de gaten hebt wordt de conditie van je duiven elke dag weer zwaar ondermijnt. Natuurlijk is ook bloedluis een parasiet wat een zeer negatieve invloed heeft op de conditie van onze duiven.
Conclusie
Alles wat de conditie van een onze postduiven ondermijnt heeft invloed op het weerstandsvermogen. Het is om die reden dat we naar het geheel moeten kijken. Vandaar dat we in dit artikel van de bovenste luchtwegen naar de stuitluis zijn gegaan. Eens per jaar druppelen of elke dag een desinfecterend bad helpt helaas niet om onze duiven het hele jaar door luisvrij te houden. Helpt het luisvrij houden dan tegen Coli. Nee, natuurlijk niet maar het helpt wel om het weerstandsvermogen van onze duiven niet onnodig te ondermijnen.

By Ome Willem /duivenhouden.com

maandag 20 november 2023


Op (de) Hoogte

 NPO Nieuwsbrief, uitgave 17 november 2023 | week 46
 


Voorwoord

Presentatie Ledenraad 25 november
De vaste volgers van de live stream van de Ledenraad zullen het vast herkennen. De presentatie die tijdens de Ledenraad bij de te behandelen agendapunten op het grote scherm wordt getoond. Normaal delen wij deze presentatie na de Ledenraad. Deze keer, maar ook in de toekomst, zullen wij dat anders doen. Wij plaatsen hem vandaag in deze nieuwsbrief, en wel direct na dit voorwoord. Het betreffende agendapunt wordt kort en kernachtig weergegeven. Geen lappen tekst, die vaak niet door iedereen worden gelezen.
Het is een handleiding, wil je de volledige tekst doornemen dan kan dat, die staat uiteraard ook in deze nieuwsbrief, al enkele weken zelfs. Op deze manier kun je snel de punten waarin je geïnteresseerd bent in beeld krijgen. Zoals ik al aangaf de presentatie staat direct na dit voorwoord, ik nodig u de presentatie vast te bekijken. Aan één van de punten die je ook zult vinden in de presentatie wil ik hieronder graag extra aandacht schenken.
 
Organisatorisch toekomstperspectief duivensport
Het eindproduct van de Commissie Evaluatie Vliegprogramma. De reacties op het vliegprogramma waren verschillend. Genoeg over geschreven, uiteindelijk blijven daar de meningen altijd uiteenlopen. Een ding is zeker, er komt altijd een programma, ook volgende week zaterdag wordt het definitieve programma vastgesteld.
 
Waar iedereen wel enthousiast en positief over is, is de visie op de toekomstige organisatie van de duivensport. Helaas op dit moment krimpend in ledental, maar wel met de nodige positieve beleving bij de leden en ik durf te zeggen: de duivensport leeft! Wij moeten er voor zorgen dat dit op zijn minst zo blijft. Om ervoor te zorgen dat iedereen op de hoogte is van de belangrijkste motieven van de wijzigingen heb ik het onderstaande overgenomen uit het stuk van de commissie. Zoals te lezen valt is het idee om te komen tot 5 afdelingen.
 
Deze 5 afdelingen vormen de basis van een toekomstbestendige duivensport. De afdelingen zijn robuust van omvang. Ook als de dalende trend van ledenontwikkeling doorzet bieden deze 5 afdelingen nog jaren aantrekkelijke en zo eerlijk mogelijke duivensport. De voordelen zijn duidelijk; 

  • 5 i.p.v. 11 afdelingsbesturen, 5 i.p.v. 11 lossingscommissies, 5 i.p.v. 11 vervoercommissies etc.
  • We hebben dus veel minder vrijwilligers nodig
  • Efficiënter, modern en goedkoper vervoer mogelijk door inzet van het beste materieel
  • Efficiënter vervoer is kostenbesparend voor de liefhebbers
  • Veel minder lossingen op jaarbasis
  • Kans op kruislossingen kleiner, draagt bij aan duivenwelzijn
  • We hebben minder losplaatsen nodig; losplaatsen worden steeds schaarser in België en Frankrijk
  • De 5 afdelingen zijn onderling beter vergelijkbaar in aantal leden en omvang dan de huidige 11
  • Er zijn meer grote (GP) concoursen die een uitdaging zijn om te winnen

De afdelingen zijn en blijven opgebouwd uit vlieggebieden zoals we die nu kennen voor de V/M/J, E en A vluchten.
 
Geïnteresseerd geworden? Lees de volledige stukken en volg volgende week de Ledenraad.
 
Fijn weekend toegewenst!

Ben Geerink
Voorzitter
Presentatie Ledenraad 25 november 2023
 

Inhoudsopgave
 

 

NPO BESTUUR

Definitieve agenda Ledenraad 25 november 

Definitieve agenda Ledenraad 25 november 2023
Bijlage 3a - Concept notulen Ledenraad 11 maart 2023
Bijlage 3b - Actielijst Ledenraad 11 maart 2023
Bijlage 4e - Stand van zaken vogelgriep
Bijlage 6a - Advies FBCC begroting 2024
Bijlage 6b. Vaststellen begroting 2024
Bijlage 6c. Begroting 2024 specificatie
Bijlage 8a - Vaststellen Nationaal Vliegprogramma 2024
Bijlage 8b. Vaststellen Nationale kampioenschappen 2024
Bijlage 9 - Organisatorisch Toekomstperspectief
Bijlage 10b - Vaststellen nieuw wedvluchtreglement
Bijlage 11a - Voorstel splijtleden
Bijlage 11b - Voorstel buitenlandse leden
Bijlage 12a - Voorstellen Afdeling 1
Bijlage 12a2 - Vliegprogramma Afdeling 1
Bijlage 12b - Voorstellen Afdeling 2
Bijlage 12b2 - Amendement Afdeling 2
Bijlage 12c - Voorstellen Afdeling 9
Bijlage 12d - Voorstellen Afdeling 6
Bijlage 12e - Voorstellen Afdeling 4
Bijlage 12f - Brief voorstel Nationaal Vliegprogramma 2024
Bijlage 12g - Preadviezen van het NPO Bestuur
Bijlage 12h - Amandementen afd. 10
Bijlage 13 - Sectie Sportbeleving
Van de NPO Bestuurstafel: Uitslagen Dashboard
Van de NPO Bestuurstafel: Beleidsagenda 2024 (definitief)
Van de NPO Bestuurstafel: Afschaffen Hoklijsten
 

NPO BESTUUR

Van de NPO Bestuurstafel


Vlieglijnen, invliegduiven, mandbezetting, mandenlijsten en afschaffen hoklijsten
Op de Ledenraad van 25 november zal over een aantal onderwerpen worden gesproken waar alle duivenliefhebbers mee te maken hebben of krijgen. Vandaar dat het NPO Bestuur ze kort voor u samenvat.

Vlieglijnen
Het NPO Bestuur gaat komende winter kaarten publiceren met per afdeling vlieglijnen waarbinnen afdelingen hun losplaatsen dienen te kiezen. Lossingsvergunningen worden uitsluitend nog verstrekt voor losplaatsen welke binnen die vlieglijnen vallen. De vlieglijnen zullen worden besproken op de voorjaar Ledenraad in maart. Verder zal bij lossingsvergunningen het maximaal aantal lossingen per losplaats worden aangegeven. Het streven is het aantal lossingen per losplaats te beperken tot 2 of hooguit 3 in uitzonderlijke gevallen als het mogelijk is. Beide maatregelen zijn bedoeld om het probleem van kruislossingen bij de bron aan te pakken en om de coördinatie van lossingen werkbaar te houden in het hoogseizoen. Dit ook omdat we steeds vaker een beperkte tijd krijgen van de correspondent op de losplaats om te lossen i.v.m. thuiskomst van duiven in de regio waarin we lossen. Zonder duidelijke regels en afspraken wordt het een onoplosbare puzzel met late lossingen en elkaar kruisende konvooien tot gevolg en daar worden onze duiven dan weer de dupe van. Met vlieglijnen per afdeling en duidelijke afspraken voorkomen we dat en geven we duidelijkheid aan afdelingen en liefhebbers.

Regeling invliegduiven
Een liefhebber kan op alle vluchten, met uitzondering van Grand Prix, Sector en Nationale vluchten, ervoor kiezen alle ingekorfde duiven of een deel van de ingekorfde duiven mee te geven als invliegduiven. Als er gebruik wordt gemaakt van invliegduiven dan is het aantal invliegduiven op alle niveaus zoals vereniging, vlieggebied en afdeling gelijk. Niveau 1 is daarbij bepalend wat aantallen betreft. Simpel en duidelijk. Er zijn verzoeken binnengekomen of het mogelijk is om het aantal invliegduiven per niveau te variëren. Bijvoorbeeld geen invliegduiven in de vereniging maar wel in het vlieggebied en of afdeling. Er is overleg geweest met Compuclub of het mogelijk is de huidige regeling voor invliegduiven zodanig aan te passen dat er op verschillende niveaus verschillende aantallen duiven kunnen worden gezet. Theoretisch kan alles maar deze aanpak kent grote nadelen. Allereerst bestaat er in Nederland geen uniformiteit wat betreft het gebruik van de verschillende niveaus en een vrije keuze van aantallen per niveau is in het verleden erg foutgevoelig gebleken met veel reclames en discussies tot gevolg. Al deze reclames leveren veel extra werk op voor Compuclub, de afdelingen en de NPO met vaak een onbevredigende uitkomst voor de liefhebber. Daar tegenover staat dat de huidige oplossing robuust is gebleken met weinig fouten en reclames. Vandaar dat de keuze is gemaakt om de huidige regeling voor invliegduiven niet aan te passen.

Mandbezetting
In maart 2023 hebben we het nieuwe Vervoerreglement aangenomen. Dat reglement voorziet o.a. in het installeren van meet- en registratie apparatuur in alle duivenwagens met ingang van 2024 en een nader onderzoek naar de optimale mandbezetting bij 1 nacht mand. We starten onder regie van de WOWD dit onderzoek waarbij ook bevindingen uit de praktijk worden meegenomen. We hebben afdelingen verzocht mee te werken aan praktijktesten met identieke containers, alle uiteraard nu uitgerust met meet- en registratie apparatuur. Dit onderzoek is onderdeel van het ijkmoment voor de mandbezetting welke is afgesproken voor 2025.

Mandenlijsten
Bij de voortgaande digitalisering is ook de vraag aan de orde gekomen of we de mandenlijsten niet kunnen afschaffen. Afschaffen van mandenlijsten en dezelfde concoursveiligheid bieden als met mandenlijsten is om praktische redenen nu nog niet haalbaar. Wel stelt het NPO Bestuur voor het gebruik van mandenlijsten te beperken tot de Nationale vluchten Issoudun, St. Vincent, Cahors en Bergerac. De nieuwe generatie inkorfantennes kunnen eventueel op termijn wel voorzien in een automatische mand registratie. Maar dat vereist een mandregistratie en identificatie systeem en mogelijk een UDP aanpassing. Waar U dan aan moet denken is dat elke mand een unieke identificatie code krijgt met een uitleesbare chip en dat de slimme inkorfantenne registreert in welke mand de duif wordt ingekorfd. Op zich goed te doen en op meerdere plekken wordt deze technologie al toegepast maar voor ons is dat nu nog toekomstmuziek. We blijven de ontwikkelingen op de voet volgen. Tot het zover is zijn mandenlijsten de enige werkbare oplossing op de losplaats bij ontsnappingen. En ontsnappingen komen helaas nog voor.

Afschaffen hoklijsten
Nu de NPO Cloud operationeel is, is het ook mogelijk de (papieren) hoklijsten af te schaffen. Om dat mogelijk te maken gelden wel een paar voorwaarden; de duiven dienen correct op naam te staan en de reglementen moeten herzien worden. Nadat we in maart 2022 het overschrijven van duiven in de NPO Cloud hebben versimpeld en verruimd zijn er maar liefst 380.000 duiven overgeschreven op naam van de nieuwe eigenaar. Elke vlucht week controleert de NPO Cloud of duiven waarmee gevlogen wordt op naam staan en correct zijn geënt. De controles dit jaar laten zien dat het aantal duiven waarmee gevlogen wordt en welke niet op naam staan en of niet correct geënt zijn beperkt is en dat er actie wordt ondernomen om het terstond alsnog in orde te maken. Alles bij elkaar een heel mooi resultaat! Overigens goed om te weten is dat de nieuwe generatie inkorfantennes die beschikbaar komen het mogelijk zullen maken een duif al te weren bij het inkorven als het niet in orde is. Controle van duiven bij een hokcontrole waarmee niet gevlogen wordt kan eenvoudig worden gedaan door via een mobiele telefoon de NPO Cloud te raadplegen. Blijft over dat de reglementen moeten worden herzien. Dat zal best een klus worden voor zowel de NPO als de Afdelingen. Hoe snel we dit kunnen realiseren zal bepalen wanneer we de hoklijsten definitief kunnen afschaffen. Het NPO Bestuur gaat op de komende Ledenraad van 25 november de dialoog aan over al deze onderwerpen en de uitkomsten kunt u lezen in Op de Hoogte.
 

 

OLYMPIADE 2024

Bestel uw entreebewijs met korting voor 1 december a.s.


Earlybird...
Voor mensen die nu al kaartjes kopen voor de Olymiade 2024 van 25-27 januari 2024 in het MECC in Maastricht, zijn kaartjes tegen een gereduceerd tarief beschikbaar. Vanaf 1 december a.s. betaalt u €15,00 in plaats van €13,50 voor een dagkaart. Bestel daarom zo snel mogelijk uw kaarten en en maak gebruik van deze aanbieding. 
 
 

NPO BUREAU

Verzendklaar maken vaste voetringen en chipringen 2024

Vanwege het klaar maken van de bestellingen van de vaste voet- en chipringen 2024 liggen de dagelijkse werkzaamheden op een lager pitje. Het kan zijn dat het wat langer duurt voordat u reactie ontvangt op uw vraag / mail.
 

NPO ONDERWEG

Sfeerimpressie Kassel 2023


 
 
 

OLYMPIADE

Webshop Olympiade online

De Olympiade webshop staat online. Hier vindt u alle speciaal voor de Olympiade ontworpen producten. Op dit moment zijn de volgende artikelen beschikbaar:
  • t-shirt
  • cap
  • sweater met capuchon
  • beanie (muts) 
     
 

De producten kunnen verstuurd worden naar adressen in Nederland en België. Voor zendingen buiten Nederland en België kan apart contact worden opgenomen.   
Webshop Olympiade
 

UIT HET LAND

Uw mooiste duivenfoto's


Hartelijk dank voor het insturen van uw mooiste duivenfoto's. We gaan wekelijks een aantal foto's in de rubriek 'Uit het land' plaatsen. Daarnaast willen we wekelijks met een andere foto Op (de) Hoogte openen. Voor deze headerfoto zijn we op zoek naar:
  • liggende foto's (landscape), bijvoorbeeld
  • van goede kwaliteit (pas anders de bestand-grootte op uw mobiel aan)
  • afmeting minimaal 800 pixels breed en ca 300 pixels hoog
  • foto's die net even iets anders laten zien dan kampioensduiven of liefhebbers die hun welverdiende prijs in ontvangst nemen. Denk daarbij aan een vergezicht over de velden met duiven in aantocht, of een foto in uw hok met duiven in hun schalen. 
U kunt dus wekelijks uw foto's insturen. Doe dat naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en wie weet wordt deze volgende week al geplaatst in Op (de) Hoogte.


Foto's van deze week

Deze week hebben we een selectie geplaatst van de mooie foto's die zijn ingezonden door Louis Martens, Eric Jordens en Gert Jan Beute. De foto bovenaan deze nieuwsbrief is een gedeelte van een foto van Gert Jan. Bedankt voor het reageren op onze oproep en we houden ons aanbevolen voor nieuw foto materiaal. 
 
 
 

UIT HET LAND

Gert Stuivenberg wordt geëerd met de zilveren NPO speld



In 2023 viert Pv de Luchtreizigers haar 75 jarig jubileum. Dit werd eind oktober gevierd met een spetterend feest. Tijdens dit feest wordt Gert Stuivenberg in het zonnetje gezet. Van de NPO krijgt hij de ZILVEREN speld uitgereikt. Gert is bijna 50 jaar lid en is de stabiele financiële factor bij de Luchtreizigers. Hij is al jaren actief als bestuurslid, penningmeester, wedvluchtpenningmeester en is de financiële man van het Nationale Inkorf Centrum, NIC 0642.

Als toegevoegd FBC man heeft Gert actief en positief bijgedragen aan de totstandkoming van de huidige Afdeling 9, Oost Nederland. De gesprekken die geleid hebben tot deze samenvloeiing van de diverse bonden waren positief, realistisch en gericht op de toekomst. Mede door de positieve inbreng van Gert is er tot op heden een bijzonder prettige financiële situatie binnen Afdeling 9.
 
Gert is een betrouwbare positieve en actieve man. Leden als Gert moeten we koesteren.

  
 

ALGEMEEN

Overzicht bonnenverkopen

Wekelijks publiceren we in Op (de) Hoogte een overzicht van de bonnenverkopen die bij ons bekend zijn. Ook op de website vindt u een actueel overzicht van bonnenverkopen (van verenigingen/afdelingen/NIC's).
 

Duiven.net 
 

Afdeling GOU Vlieggebied NO Kring 2 03-11-2023 / 15:00 17-11-2023 / 22:00 22
P.V. de Voordevliegers, Voorthuizen 03-11-2023 / 20:00 17-11-2023 / 22:30 30
P.V. Boalsert e.o., Bolsward 03-11-2023 / 20:00 17-11-2023 / 21:30 55
P.V. De Gouden Leeuw, Nieuw Vennep (afd. 5) 03-11-2023 / 20:00 17-11-2023 / 20:00 20
P.V. Almere, Almere 04-11-2023 / 20:00 18-11-2023 / 21:30 17
P.V. Stormvogels, Zandpol 04-11-2023 / 20:00 18-11-2023 / 22:00 23
P.V. de Waalvliegers Tiel 05-11-2023 / 20:00 19-11-2023 / 22:00 25
P.V. L’ Estafette, Sneek 08-11-2023 / 20:00 22-11-2023 / 22:00 45
P.V. de Pool, Baarn 09-11-2023 / 20:00 23-11-2023 / 23:00 26
P.V. t Gooi - Columba, Naarden - Bussum 09-11-2023 / 20:00 23-11-2023 / 22:00 31
P.V. de Oude Blauwband en Luchtklievers, Lisse 09-11-2023 / 20:00 23-11-2023 / 22:30 23
P.V. MAAS EN WAAL, Druten 10-11-2023 / 20:00 24-11-2023 / 21:00 31
P.V. de Vredesbode, Didam 10-11-2023 / 20:00 24-11-2023 / 22:00 86
P.V. De Ordonnans, Opheusden 10-11-2023 / 20:00 24-11-2023 / 21:30 25
P.V. de Snelvlucht, Ameide 10-11-2023 / 20:00 24-11-2023 / 23:00 30
Samenspel SPC, Sittard 10-11-2023 / 20:00 24-11-2023 / 20:30 20
P.V. de Witpen, Weurt 11-11-2023 / 18:00 25-11-2023 / 18:30 37
SVEL, Edam 11-11-2023 / 20:00 25-11-2023 / 22:00 24
P.V. Naar Huis, Zuidhorn 11-11-2023 / 20:00 25-11-2023 / 18:00 38
Attraktie Com. Bvz. 11-11-2023 / 20:00 25-11-2023 / 21:30 28
P.V. de Snelvlucht, Hengelo 12-11-2023 / 18:15 26-11-2023 / 23:00 9
P.V. Nieuwleusen 12-11-2023 / 20:00 26-11-2023 / 22:30 35
P.V. De Airborne, Renkum 12-11-2023 / 20:00 26-11-2023 / 22:00 20
De Lasterieshop 12-11-2023 / 20:00 26-11-2023 / 21:30 20
P.V. de Dobbevlieger, Pijnacker-Nootdorp 12-11-2023 / 20:00 26-11-2023 / 20:00 21
P.V. de Postduif, Harlingen 13-11-2023 / 20:00 27-11-2023 / 22:00 25
P.V. de Postduif te Ede 14-11-2023 / 20:00 28-11-2023 / 21:30 21
P.V. Ons Genoegen, Landsmeer 14-11-2023 / 20:00 28-11-2023 / 22:00 19
Regio 1 Hilversum & Omstreken 15-11-2023 / 20:00 29-11-2023 / 22:00 18
P.V. Ons Genoegen, Gendringen 16-11-2023 / 20:00 30-11-2023 / 22:00 30
P.V. Steeds Sneller, Monster 16-11-2023 / 20:00 30-11-2023 / 21:30 26
P.V. de Verwachting te Tiel 17-11-2023 / 20:00 01-12-2023 / 20:00 32
P.V. de Snelle Thuiskomst, Roden 17-11-2023 / 20:00 01-12-2023 / 22:00 27
P.V. Rhenen & Omstreken 18-11-2023 / 20:00 02-12-2023 / 22:30 19
P.V. de Luchtpost, Weesp 18-11-2023 / 20:00 02-12-2023 / 22:00 19
Afdeling Limburg 18-11-2023 / 20:00 02-12-2023 / 21:30 37
P.V. Het Kompas, Veenwouden 18-11-2023 / 20:00 02-12-2023 / 23:00 16
P.V. Zwartemeer, Zwartemeer 23-11-2023 / 20:00 07-12-2023 / 22:30  
P.V. Douwen Nocht, St. Nicolaasga 23-11-2023 / 20:00 07-12-2023 / 23:00  
P.V. de Trekkers, Vlagtwedde 23-11-2023 / 20:00 07-12-2023 / 21:30  
Samenspel Midden Holland West Afd. 5 23-11-2023 / 20:00 07-12-2023 / 22:00  
P.V. Hoogeveen 24-11-2023 / 17:00 08-12-2023 / 17:00  
P.V. Gevleugelde vrienden, Twijzelerheide 24-11-2023 / 18:00 08-12-2023 / 22:00  
P.V. De postduif te Ingen e.o. 24-11-2023 / 20:00 08-12-2023 / 22:30  
P.V. de Zilvermeeuw te Nunspeet 24-11-2023 / 20:00 08-12-2023 / 21:30  
Attractiecommissie Kring 1 Afd. Noord-Holland 24-11-2023 / 20:00 08-12-2023 / 10:30


Top Pigeons 

Duivenveilingen 

Pigeon.com

Doevepeet

  • PV de Witpen (Hapert)
    einddatum verkoop: 18-11-2023 | 18.00 uur

  • PV de Snelvlucht (Losser)
    einddatum verkoop: 18-11-2023 | 18.00 uur

  • PV De Luchtbode (Vriezenveen)
    einddatum verkoop: 23-11-2023 | 21.00 uut

GPS Auctions

Overig

  • Bonnenverkoop PV Boalsert
    Begindatum verkoop: 18-11-2023 | 15.30 uur
  • Bonnenverkoop Samenspel fond Flevoland
    via http://bonnenverkoop.pv-lelystad.nl
    Einde veiling: 24-11-2023 | 21.00 uur.
    Zaalverkoop: 25-11-2034 | 15.00 uur clubgebouw Pv. Lelystad.
Actueel overzicht bonnenverkopen
 

AGENDA

Activiteiten in het land

Op de website en in Op (de) Hoogte publiceren we activiteiten en vergaderingen van verenigingen/afdelingen wanneer die worden aangeleverd via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Geplande activiteiten

 

18 november 2023 

Zeeuwse Manifestatie - Prijsuitreiking over seizoen 2023. Locatie: Zandlooper te Lewedorp


18 november 2023

PV De Koerier (Buitenpost),eindveiling in clubgebouw PV De Koerier, de Vaart 10A in Buitenpost
Einde online veiling via GPS Auctions: 17 november 20.30 uur
 

24 november 2023 

Forumavond - Locatie: PV de Grenspost te Budel-Dorplein 
Klik hier voor meer informatie 
 

24 + 25 november 2023

PV De Pool (Baarn) organiseert haar jaarlijkse tentoonstelling. De duiven zijn ondergebracht in vier klassen: oude doffers, oude duivinnen, jonge doffers en jonge duivinnen. Keuring wordt verricht door keurmeester Gert van Dijk uit Amersfoort

Zaterdag om 16.30 uur de eindverkoop van prachtige bonnen. Bezichtiging van de duiven is mogelijk op vrijdag vanaf 19.30 uur en op zaterdag vanaf 12.30 uur. Toegang is gratis. Klik hier voor meer informatie. Locatie: Clubgebouw Dahliastraat 18, 3742 RL  Baarn.


26 november 2023

Tentoonstelling en bonnenverkoop SVEL (Edam)
Jaarlijkse tentoonstelling met eindverkoop van topbonnen van onder meer Gebr. Jacobs, Dick Ruiter, Fred van Pareen en vele anderen. Klik hier voor meer informatie. Online start bonnenverkoop op 11 november om 20.00 uur, einde online verkoop 25 november 22.00 uur.
 

28 november 2023

Feestmiddag/kampioenenhuldiging Stg. Marathon Noord (SMN), aanvang 14.00 uur. ​Klik hier voor meer informatie.
 

9 december 2023 

PV Heemskerk organiseert gezamelijk met de Haarlemse Snelvliegers haar jaarlijke 4-tallen show. Tevens een loterij met prachtige prijzen en een verkoop van 14 bonnen van een aantal topmelkers van Afdeling 6 NH. Locatie: Lijnbaan 93, 1969 HD in Heemskerk. Zaal open om 19.30 uur. U bent allen van harte welkom om er een gezellige avond van te maken.

9 december 2023 

PV “Door Vriendschap Sterk” te Marken organiseert haar jaarlijkse tentoonstelling op zaterdag 9 december 2023. Het clubgebouw aan de Boxenring 41 te Marken is geopend vanaf 14.00 uur, met om 15.00 uur een forum met de topliefhebbers Ton Snoek en Bram ten Klei. Er is tevens een Rad van Avontuur met mooie prijzen. Iedereen is van harte welkom!

10 december 2023

Duivendag Postduivenvereniging Maasdonk (Geffen)
10 december vanaf 13 uur vindt de jaarlijkse duivendag plaats van onze vereniging.
met verkoop van bonnen van diverse lokale en nationale liefhebbers. Onder meer een bon van ons lid en winnaar van 2 nationale vluchten in 2023: Anton van Oort.
 

16 december 2023

Tentoonstelling P.V. De Zwarte Doffer (Joure)

Dit jaar wordt er een vereniging en regiotentoonstelling georganiseerd, als afsluiting van het 100 jarig jubileum. Zaterdag 16 december is het clubgebouw open vanaf 14.00 uur, om de duiven te komen bewonderen. 

Er zijn 6 klassen:

  • Klasse 1 en 2 oude doffers en duivinnen
  • Klasse 3 en 4 jaarling doffers en duivinnen. 
  • Klasse 5 en 6 jonge doffers en jonge duivinnen.
  • Tevens een mooiste viertal.

De middag wordt opgefleurd door het draaiend rad eventueel onder het genot van een hapje en een drankje. U bent van harte welkom.

16 december 2023 

Komt allen naar de jaarlijkse tentoonstelling van PV de Blauwe Duif in Oss. Ook is er een prachtige bonnen verkoop van kampioenen Z L U als Kring Kampioenen in het Clubhuis. Locatie: Landweerstraat 128 b in Oss. Zaal open 19;30 uur.
 

21 april 2024 

Stichting Marathon Noord. 50 jarig jubileum verkoop. 
Zaalverkoop 30 tot 40 speenklare jongen van Nederlandse top op de Marathon en enkel Dagfond. Locatie: PV Soest - Zaal open en bezichtigen vanaf 12.00 uur. Start verkoop: 13.30 uur. Voorbieden op www.pigeoncom.com
 
Neerlands Postduiven Orgaan
 

Actueel overzicht Vogelgriepuitbraken en maatregelen


Om te weten wat de status is van het aantal vogelgriepuitbraken en waar maatregelen van kracht zijn, of weer zijn opgeheven, kunt u het overzicht op de NPO-website raadplegen. Klik op onderstaande button voor het meest actuele overzicht.
Actueel overzicht vogelgriep
 

NPO BUREAU

Aangevraagde duplicaten tot en met 16 november 2023
 

Het kan gebeuren dat je een eigendomsbewijs kwijt bent. Of dat je een vreemde duif hebt die je wilt houden, maar het eigendomsbewijs niet van de vorige eigenaar hebt gekregen. In dat geval is het mogelijk om een kopie aan te vragen, ook wel duplicaat genoemd.

Ledenservice
Op de website publiceren we de aangevraagde duplicaten van de vier voorgaande weken, waarbij de meest recente aanvragen bovenaan vermeld worden. Ook vindt u op de website informatie over het aanvragen van duplicaten.
Overzicht aangevraagde duplicaten
 

Data om niet te vergeten

 

2023

  • 25 november 2023 - NPO Ledenraad
 

2024

  • 26 tot en met 28 januari 2024 - Olympiade in Maastricht
  • 9 maart 2024 - NPO Ledenraad
  • 23 november 2024 - NPO Ledenraad
 
zondag 19 november 2023

martin

We hebben een bezoek gebracht aan een geweldig postduiven evenement genaamd de “Golden 10”.Vroeg in de morgen werd ik opgehaald door Pascal en reden we gezamenlijk eerst naar Breda, waar we vriend Paul hebben opgepikt.

Daarna gingen we gedrieën via Oosterhout richting Elshout. GPS had een kijkochtend georganiseerd waar hun koopwaar kon worden bezichtigd. We waren alle drie heel erg geïnteresseerd in de late jongen van Falco Ebben en dit was een mooie kans om deze duiven even door onze handen te laten gaan.

Een duif kopen zonder deze te hebben vast gehad vind ik geen goed idee en heb ik één keer gedaan en dat was op dringend advies van iemand die ik blind vertrouw. Ik vind het dan ook een heel goed idee van GPS om zo’n kijkochtend af en toe te organiseren.

De laatste keer dat ik in Elshout ben geweest was toen de duiven van Henri van de Berg te koop werden aangeboden en er ook een kijkdag werd georganiseerd. Ik heb toen een paar dagen later online een prachtige doffer kunnen kopen die ik zeker niet had gekocht als ik hem niet eerst vast had gehad. Nadat we de duiven van Falco hadden bekeken en een bakkie koffie hadden gedronken vervolgde we onze reis richting de “Golden 10”.

Aangekomen op de locatie zo rond kwart over elf was het al behoorlijk druk en zagen we de ene na de andere bekende liefhebber richting de verkoopzaal schuifelen. Toen we daar ook binnen stapten was het al een drukte vanjewelste. Meerdere mensen met een oriëntaals uiterlijk waren druk aan het live streamen en toonden hun klanten aan de andere kant van de wereld zelfs de kleur van het borstvlees van de te koop aangeboden duiven.

Ook andere aspirant kopers en kijkers waren volop duiven aan het keuren en de duiven werden vaak van de ene keurder naar de andere keurder doorgegeven zonder ook maar weer terug gezet te worden in hun tentoonstellingskooitje. Er was dus echt volop belangstelling !!

En dat was logisch ook want nu had iedereen de kans om zelf te zien wat geweldig presterende liefhebbers in België en Nederland op dit moment onder de pannen hebben zitten. Ik hoopte daar een Golden 10 liefhebber te ontdekken die echt nog iets van een eigen ras had gecreëerd.

En daarmee bedoel ik dat duiven over dezelfde raseigenschappen beschikken. Veelal van het zelfde fenotype zijn en eigenschappen bezitten die jouw eigen duiven thuis nog kunnen verbeteren. Helaas zijn zulke liefhebbers bijna niet meer te vinden. Dit heeft veelal te maken met het feit dat het creëren van een eigen ras tegenwoordig eigenlijk alleen maar lastig is.

We zien steeds meer dat liefhebbers gewoon alleen maar bezig zijn om zo goed mogelijk te spelen en het totaal niet uitmaakt of ze ondertussen wel of niet een eigen ras creëren. Deze liefhebbers zijn dan wel verplicht om veel duiven te blijven kopen om hun eigen bestaande duivenbestand op peil te houden. Dit systeem gaat dan echter vaak gepaard met heel veel duiven kweken en uittesten en dan maar hopen dat er weer een of meerder toppers bij zitten.

Nadat we alle te koop aangeboden duiven bekeken hadden, wisten we niet hoe snel we het lokaal (waar de duiven waren opgesteld) moesten verlaten. En nadat we even buiten frisse lucht gehapt hadden en vriend Sam zich ook bij ons had gevoegd, gingen we met zijn vieren napraten in het restaurant onder het genot van een super lekkere uitsmijter. We waren het over een ding eens: het was een waardevol en leerzaam bezoek. Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat we alle vier met een heel tevreden gevoel en vol vertrouwen aan het nieuwe seizoen 2024 gaan beginnen.

Fijne zondag!

zondag 19 november 2023

valk

Elke duivenliefhebber heeft wel eens duiven die niet terugkomen. De vogels vliegen verloren, geraken fysiek niet meer terug, raken een hoogspanningslijn tijdens een wedstrijdvlucht of worden gepakt door een roofvogel.

Nu de roofvogelpopulaties terug hersteld zijn na een absoluut dieptepunt in de jaren 1970, vooral door het verbieden van bepaalde pesticiden en extra hulp in de vorm van nestkasten, wordt dit verlies door roofvogels als problematisch ervaren. Toch blijkt uit onderzoek dat nog geen 15% van de verloren duiven prooi zijn gevallen aan roofvogels. Niet minder dan 36% vliegt verloren, en wordt soms alsnog, soms maanden na het verloren vliegen gepakt. Dat blijkt bijvoorbeeld in Engeland, waar een groot deel van de vers gepakte duiven eigenlijk al een tijd in het wild leven. Uit die studie bleek ook dat bijna 30% van de wedstrijdduiven sterft door tegen een auto, raam, mast of hoogspanningslijn te vliegen. 8% werd gepakt door huiskat.
In een Schotse studie werden de verliezen van wedstrijdduiven vastgesteld op 56%, waarvan 2 % door sperwers en 1% door slechtvalk.
Gezonde duiven in conditie zijn ook bijna niet te pakken door roofvogels, zelfs een slechtvalk gaat de inspanning niet leveren om achter een wedstrijdduif aan te gaan. Het gaat om jonge vogels en verloren gevlogen duiven. Ook wordt beweerd dat een aanvallende roofvogel een groep duiven uit elkaar jaagt en zo kan desorienteren, dat ze honderden kilometers vluchten en verloren zijn. Het tegendeel is waar, als verdediging groeperen ze, maken ze schijnbewegingen en een individueel dier is dan nog lastig te pakken.

Tenslotte blijkt uit tellingen dat de stand van slechtvalk tegenwoordig stabiel is, en dat sperwer en havik in grote delen van onze regio terug achteruit gaan. De achteruitgang van zangvogels en boerenlandvogels is daar wellicht de oorzaak van.

In die context is het verlies door roofvogels relatief beperkt, maar natuurlijk niet onbestaande.

Ecologie van roofvogels

De meeste roofvogelsoorten zijn geen probleem, de algemene torenvalk en buizerd vangen geen duiven. Bij sperwers vangt het mannetje, dat een stuk kleiner is dan het vrouwtje, vooral zangvogels als mussen en merels. Vrouwtjes kunnen zeker een duif aan. In de broedperiode komt ze echter twee maanden bijna niet van het nest. Dat geldt in grote mate ook voor havik en slechtvalk. Daar jagen de mannetjes ook liever op kleinere prooien. Een houtduif is al snel te zwaar om naar het nest te dragen, maar een postduif is zeker haalbaar. Meer nog, postduiven stammen af van de rotsduif, een klifbroeder net als de slechtvalk. Ze komen dus van nature in hetzelfde habitat voor en duiven zijn dan ook een belangrijke voedselbron voor deze soort. Havik en slechtvalk zijn een stuk zeldzamer dan de andere drie, maar kunnen lokaal wel problemen vormen.
Al deze soorten zijn wettelijk beschermd, bestrijding is daarom niet mogelijk. Er zijn echter manieren om het verlies te beperken.

Kennis over het gedrag en de levenscyclus van bijvoorbeeld de slechtvalk, kan heel wat schade voorkomen, vooral door het timen van lossen en wedstrijden, maar ook kleur van duiven.

Qua jachtgedrag zal een slechtvalk vanuit hoogte en met verrassingseffect proberen zijn prooi te verschalken, want in rechte vlucht kunnen soorten als eenden en duiven een slechtvalk voorblijven. Om de prooi vanuit hoogte goed te zien, is het handig als die wat contrasteert met de ondergrond. Een witte duif zal altijd gekozen worden boven een grijze of bruine. Dat is ook bij wilde vogels het geval, een mannetjeseend loopt meer kans geslagen te worden dan een vrouwtje. Ook vogels die wat vreemder gedrag vertonen lokken een aanval uit, zoals baltsende vogels of vogels die duidelijk trager vliegen. Veel lastiger heeft een slechtvalk het met duiven in groepen. Dat is ook de reden waarom onderzoekers hebben vastgesteld dat bijna alle ringen die in een nest worden gevonden, van duiven zijn die niet uit de buurt komen. Een verloren gevlogen duif is een ideale prooi. Een groep snelle, trainende duiven is dat niet. Dat groeperen en bochten maken van duiven is een natuurlijke reflex, vergeet niet dat duiven en slechtvalken samen zijn geëvolueerd in berg- en klifgebieden.

Desalniettemin is er een periode waarin ook de lokale duiven in gevaar kunnen zijn. In de winter heeft elke wilde vogelsoort het moeilijk, ook roofvogels. Een makkelijke prooi in de koudste maanden van het jaar krijgt geen kans. Daarna is het niet beter. Einde februari, begin maart, wil het mannetje slechtvalk indruk maken op zijn partner door veel prooien aan te brengen. Zo laat hij zien dat hij een nest hongerige kuikens aankan en dus een goede vader is. En hoe meer prooien, hoe gewilliger het vrouwtje wordt! Vandaar de volgende aanbeveling.

Breng je duiven op tijd in conditie

De hongerperiode en de balts vallen samen met het loslaten van duiven na de winter. Na de start van het nieuwe jaar loopt de ruiperiode af en worden duiven terug gelost, behoorlijk gevet en in slechte conditie. Dat is voor zo'n slechtvalk hetzelfde als een gedekte tafel. Duiven in goede conditie zijn lastiger te vangen, als een slechtvalk of havik moet kiezen weet hij het wel. Bovendien verloopt het opbouwen van de conditie na de winter traag als de duiven enkel in het weekend kunnen gelost worden, veel duivenliefhebbers werken in de week. De periode waarin de duiven een makkelijke prooi zijn, duurt dus lang. Vandaar deze aanbevelingen.Einde februari wordt het broedseizoen van roofvogels voorbereid, de mannetjes willen indruk maken op de vrouwtjes door prooien aan te brengen. In de winter zijn er bovendien een beperkt aantal extra sperwers en slechtvalken die uit het noorden naar hier trekken. Tegelijk is de stand op het einde van de winter van de wilde prooivogels het kleinst. Dit is dus het moment waarop duiven die lang binnen gezeten hebben het meest kwetsbaar zijn.
Als de duiven goed in conditie zijn is de pakkans bijna nihil. Als je de mogelijkheid ziet, breng je je duiven al in conditie voor midden februari.

Anders wacht je tot de eerste week van maart, en dit op gecontroleerde wijze, bijvoorbeeld door ze slechts op 3 km van het hok te brengen. Ze vliegen maximaal enkele minuten en kunnen meteen worden binnengeroepen. Zorg dat ze goed op gewicht zijn en luisteren. Dat voorkomt eveneens dat de ouderen duiven blijven rondhangen rond het hok en zo een makkelijke prooi vormen.
Na een tiental keer is de basisconditie voldoende om ze aan huis los te laten.
 

Jonge duiven

Start geen winterkweek in gebieden met roofvogels als slechtvalk. Zorg dat de jonge duiven einde april tot zelfs mei. De roofvogels voederen dan weliswaar hun jongen, maar er zijn op dat moment heel veel prooien aanwezig in de vorm van kuikens van wilde vogels. Daar is ook de levenscyclus ook op afgestemd.

Het is ook een goed idee om de jonge duiven in het begin schuw te houden door ze zo weinig mogelijk aandacht te geven. Door ze bij het spenen na 4 tot 6 weken te trainen op het geven van voeder na geluid (fluitje of rammelend blik), train je ze om terug naar het hok te komen voor voer. Hierdoor zijn de jonge duiven alerter voor gevaar. Jonge duiven op deze manier opgegroeid schrikken van elke mus. Pas na maanden worden de jonge duiven opgeleerd en naar de hand gezet met voer dat ze extra lekker vinden. Dan worden ze mak naar de liefhebber toe. De imprintfase ligt rond de drie maanden.

Als je in gebied woont met veel roofvogels, is het ook een idee geen zeer opvallende duiven te kweken zoals spierwitte. Die vallen het meeste op en worden het snelste gepakt.

Dicht bij een nest slechtvalken? Hou ze binnen einde februari

De twee laatste weken van februari en de eerste dagen van maart vangt een mannetje slechtvalk wat meer dan gewoonlijk. Woon je vlakbij een nestbak, zou je kunnen overwegen je duiven dan binnen te houden. Einde maart start de eifase, waarbij het vrouwtje niet meer van het nest komt. Er is nu nog enkel één dier per territorium dat jaagt. De hoeveelheid prooien dat gepakt wordt is nu het laagst. Dat zal veranderen einde april als de jongen uitkomen. Maar dan zijn er ook weer veel jonge wilde vogels.
De eiperiode van sperwer ligt wat later, april en mei.

Afweer

Er is redelijk wat onderzoek gebeurt naar afweermiddelen, zoals balonnen met ogen en zelfs de duiven insmeren met onsmakelijke stoffen. Maar niets van die zaken blijkt te helpen.

Wedstrijden

Aangezien de grootste verliezen van wedstrijdduiven het gevolg zijn van verloren vliegen. Uit onderzoek blijkt op weduwschap, duidelijk minder duiven verloren vliegen.
Wetenschappers raden ook aan om het wedstrijdseizoen pas te starten einde mei, wanneer de volwassen roofvogels hun jongen niet meer voeden. Jonge roofvogels zijn geen partij voor getrainde duiven.
 

Bron

https://www.internationalpigeonauctions.com/nieuws/roofvogelproblematiek...

https://www.internationalpigeonauctions.com/nieuws/roofvogel˚><a href="/ our-work="" our-positions-and-casework="" our-positions="" birds-of-prey-in-the-uk="" racing-pigeons-and-birds-of-prey="">https://www.rspb.org.uk/our-work/our-positions-and-casework/our-position...

https://www.rspb.org.uk/our-work/our-positions-and-casework/˚><a href="/>https://www.rspb.org.uk/globalassets/downloads/documents/positions/speci...

https://www.rspb.org.uk/globalassets/downloads/documents/pos˚><a href=https://www.theguardian.com/science/2004/aug/26/thisweekssciencequestions2><span style=">https://www.theguardian.com/science/2004/aug/26/thisweekssciencequestions2

https://www.theguardian.com/science/2004/aug/26/thisweekssci˚><a href=https://www.roofvogelszeeland.nl/images/publicaties/presentaties/Voedsel_van_Slechtvalk_Axel.pdf><span style=">https://www.roofvogelszeeland.nl/images/publicaties/presentaties/Voedsel...

https://www.roofvogelszeeland.nl/images/publicaties/presenta˚><a href=https://www.roofvogelszeeland.nl/images/stories/AxelseDuiven.jpg><span style=">https://www.roofvogelszeeland.nl/images/stories/AxelseDuiven.jpg

https://www.roofvogelszeeland.nl/images/stories/AxelseDuiven˚><span style=">Video van een aanval van slechtvalken en havik op reisduiven. Wie wint?

https://youtu.be/IQNAK7vAGag

https://youtu.be/IQNAK7vAGagechtvalken en havik op reisd!">Aanval van een havik op een reisduif

https://youtu.be/ZXxX-vtYErw

zaterdag 18 november 2023

peter hok

Goede duiven maken het verschil. Je kan nog zo goed je best doen met verzorgen, trainen etc., maar zonder goede duiven is al die moeite eigenlijk voor niets. Anderzijds kan je een hok vol topduiven hebben, die er zonder goede verzorging en begeleiding ook niets van zullen bakken.

Zelf ben ik geen liefhebber van veel duiven. Ik start weliswaar met 60 vliegduiven, maar dat aantal neemt wekelijks snel af. Bij de jonge duiven wil ik met maximaal 100 stuks aan de start verschijnen. Ruim een derde valt daarvoor al af, daarom moet ik er zeker 150 tot 160 kweken.

Ik heb 24 kweekkoppels en 6 zomerjongkoppels die op de kweek worden getest. Er zitten ook 10 voedsterkoppels, die na het kweekseizoen weer verdwijnen.

Van de vliegduiven kweek ik eigenlijk nooit, die zitten hier om te vliegen. Sommige daarvan worden natuurlijk wel de toekomstige kwekers. De kweekduiven zijn hier bedoeld om uit te kweken, daarom bestaan de kweekhokken louter uit bewezen topduiven en zomerjongen van de beste kweekkoppels.

Voor eigen gebruik zet ik zelden twee bewezen vliegers tegen elkaar. Meestal een topvlieger tegen een goede kweekduif die nooit heeft gevlogen. Twee duiven tegen elkaar die beide nooit hebben gevlogen, gaf hier geregeld succes. Het Millennium koppel is daar een voorbeeld van, al komen die zelf natuurlijk wel uit topduiven.

Kweken is en blijft lastig. Hier is alles in verdere generaties aan elkaar gelinkt, vaak komt daar de lijn van Witbuik en Rocket samen. Natuurlijk vind je hier en daar ook een aangeschafte duif in de stamboom. In mijn gehele kweekbestand zitten nu nog maar drie duiven van andere hokken en drie samenkwekers.

Er werden dit jaar nog vijf late jongen aangeschaft, maar die worden eerst bij Jan in Friesland getest. Als het daar niets is, komen ze niet naar mij. Sommige die ‘redelijke’ duiven voortbrachten, blijven ook daar. Ik haal dan liever een bewezen kind terug dat 50% eigen lijn is.

Zoals men weet, compenseer ik niet en kijk ik ook niet naar de bouw. Een duif mag van mij best een beetje open staan. Een zachte pluim vind ik wel belangrijk. Extreem grote of kleine duiven vind je hier niet, die zijn in de loop der jaren op de vluchten uitgeselecteerd.

RESULTATEN

Dit jaar heb ik mijn vooraf gestelde doelen behaald. In Brabant 2000 werd namelijk 4x met een 1e prijs begonnen. Verder speelde ik 48x top 10 en won ik een sectorvlucht en een Grand Prix vlucht (daarop zelfs de 1e t/m 7e prijs).

Ook werd ik onder meer 1e Gouden afdelingskampioen, 1e Gouden Crack, 1e provinciaal Asduif, 1e nationaal Asduif WHZB, 1e nationaal Asduif World Best Pigeon, 2e Olympiade duif en 1e nationaal hokkampioen dagfond in de Fondspiegel.

SYSTEEM

Iedereen weet inmiddels wel dat ik een simpel systeem hanteer. Al mijn duiven krijgen dagelijks 80% Championsmix + 20% NPO-mix met daaroverheen Origanum Red en Champions Mineralenmix. Hieraan voeg ik tweemaal per week nog wat Prestavit toe.

De duiven worden eens per 6 weken onderzocht. Als ze niets mankeren, doe ik ook niets.

Het trainen van de vliegduiven gebeurt eenmaal daags. De doffers krijgen een vrije training, de duivinnen een verplichte. Verder gaan ze gewoon alle weken de mand in en zo blijven alleen de beste over.

Duiven die iets komen te mankeren, vertrekken. De selectie op gezondheid vindt het gehele jaar plaats. Hier vind je dus geen bakjes waar zieke duiven in zitten om te herstellen. Tenslotte 12 maanden per jaar zoveel mogelijk open hok en volop zuurstof.

Ik geloof niet snel in goede duiven, hier moeten ze eerst iets unieks bewijzen op het kweek- en/of vlieghok. In allerlei theorieën over hoe de perfecte duif eruit moet zien, geloof ik al helemaal niet. Mensen die er verstand van denken te hebben, hmm… Ik moet de eerste nog tegenkomen die een slechte duif van een goede kan onderscheiden. Dat zou namelijk betekenen dat op zijn hok alleen maar goede zitten. En niet meer dan een handjevol, natuurlijk.

Doordat het jonge duivenspel steeds slapper wordt qua afstanden, selecteer ik die duiven niet langer enkel en alleen op prestaties. Bij de jaarlingen gebeurt dat nog wel.

BRABANT 2000

Binnen Brabant 2000 heeft nog niemand zich aangemeld voor het bestuur. De vorige leden hadden hun organisatorische taken goed in de vingers, dat heb ik wel vaker gezegd. Het ging pas mis toen ze zich met de vluchten gingen bemoeien. Daar hadden ze wat minder verstand van, is gebleken.

Een goed bestuur moet zich eigenlijk niet laten afleiden door sociale media, vind ik. Hoe meer mensen zich ergens mee gaan bemoeien, des te groter de puinhoop meestal wordt.

zaterdag 18 november 2023

Willem

DEEL 3

 

We hebben ook gekeken hoe het vervoer uitpakt voor onze jonge duiven en de overnachtduiven.  Zo zijn we tot een aantal aanbevelingen gekomen.

 

Vluchten met jonge duiven

Het zijn juist onze jonge duiven die het water drinken nog niet of niet helemaal onder de knie hebben als de vluchten beginnen. Juist een goede vochtbalans is essentieel voor de oriëntatie van duiven. Zonder voldoende vocht in de hersenen is de oriëntatie slecht tot bijna onmogelijk en zullen de verliezen groot zijn. Ook is vocht nodig voor het koelen van het duivenlichaam tijdens transport en de vlucht naar het thuis hok. Hier ligt dus de schone taak voor de liefhebbers zelf om thuis de jonge duiven op tijd aan te leren om in de reismand te drinken. Nog beter zou zijn om de jonge duiven thuis al aan het transportvoer te laten wennen.

Witte rondrijst aanbevolen

Het is aan te bevelen om in de mengeling de gepolijste rondrijst speciaal voor jonge duiven toe te voegen en minder mais in de mengeling op te nemen, omdat jonge duiven van nature minder gemakkelijk mais opnemen. Rondrijst is licht verteerbaar en neemt veel vocht op. Deze korrels voldoen aan de grootte van 3 mm en zijn ovaal rond van vorm. De lange witte rijstkorrels voldoen niet aan de voorwaarden en zouden deels ook in de ribbels van het golfkarton, waarop de duiven zitten, verdwijnen. Voorstel zou zijn om tussen de 7,5 en 15% rondrijst toe te voegen. Natuurlijk zijn ook oude duiven daarbij gebaat als het heet weer is. 

De overnachtduiven

Het is ook toegestaan om maximaal 10% peulvruchten in een transport mengeling te doen. De achterliggende gedachte is, dat bij duiven die langer dan twee tot drie nachten in de mand zitten, de eiwit stofwisseling stopt. Met name van het zwaar verteerbare deel uit peulvruchten. Als de vlucht zwaar is, zullen de spieren van de duiven ook meer van dat soort eiwit nodig hebben en dat is dan niet meer beschikbaar.  Met alle gevolgen van dien. Als we een klein deel peulvruchten toevoegen, is het zeer waarschijnlijk dat er meer duiven gaan thuiskomen op de dag dat we die graag willen klokken. Een wat lager percentage is beter (de 10% is de bovengrens), maar 10% is voor de duiven nog redelijk goed te verteren. Te veel peulvruchten werken juist weer de verkeerde kant op, dus dit is echt wel de ultieme grens.

 

 

Andere voordelen

Als het erg warm is hebben de duiven geen behoefte aan voer dat alleen maar meer warmte geeft. Mais dus. Als ze dan naast de minimale hoeveelheid van 50% mais ook kunnen kiezen voor andere granen en zaden, is dat alleen maar gunstig. Ze zullen dan ook zeker voor de rondrijst kiezen. Dat houdt vocht vast en geeft meteen ook evenveel energie als dat van de mais. Dat is een groot voordeel en een flinke verbetering voor de duiven. De eerste één tot twee keer een transport mengeling voeren is voor de duiven even wennen.  Maar daarna levert het alleen maar voordelen op voor de sport die we samen beoefenen.


Golfkarton

Verder moeten we naar onze mening af van het golfkarton in de manden van duiven die meerdere nachten moeten wachten op de lossing. Waarom? Omdat het uit oogpunt van dierenwelzijn niet uit te leggen is dat duiven op stront doorweekt golfkarton moeten zitten en daar ook nog eens hun voer uit moeten eten. Dat heeft niets, maar dan ook helemaal niets te maken met dierenwelzijn. Ook is het een mogelijke bron van ziektes zoals paratyfus, wormen, coccidiose, adeno/coli, circo, andere virussen, bacteriën en overige ziekteverwekkers. Uw duiven kwamen ziek thuis? Nog maar weer eens naar de dierenarts dan en weer geld neertellen voor de volgende kuur? We moeten echt meer denken in oplossingen en niet in problemen. De ouderwetse houtmot is zeker een betere oplossing, maar dan moet er wel een verplichting komen om de losplaats schoon op te leveren, deze te filmen en verplicht op te sturen naar de afdelingen. Alleen dan zijn we weer welkom op die losplaats. Of iets anders? Geen houtmot? Bedenk het maar. Maar denk in oplossingen. Gedacht kan worden aan een verbeterde soort golfkarton. Dikker zodat vocht van de mest beter wordt geabsorbeerd. Ribbels zowel in de lengte als in de breedte, kort op elkaar, zodat het kleinere voer er niet of minder in weg zakt zodat de duiven het gemakkelijker kunnen oppikken. En stel nou eens, dat er controleurs van de overheid op de losplaats langs zouden komen om de duiven te controleren op o.a. hygiëne? Wat zou het dan fijn zijn dat u als convoyeur trots de deuren los opent en laat zien hoe goed wij, de duivensport, dat allemaal voor elkaar hebben.

Duif t3

Wateropslag en water geven

Het water dient schoon te zijn en zonder ziektekiemen. Het is daarom van groot belang, dat de watertanks na de vlucht worden geleegd, gereinigd en gedroogd, voordat er weer schoon water in komt voor een volgende vlucht.  Wellicht met een controlelijst en een handtekening erbij van degene die de verantwoording heeft gehad die week? We moeten de fouten kunnen opsporen en niet onze schouders ophalen als er iets mis is gegaan. De duiven mogen nimmer de dupe zijn. Daar moeten we voor waken.

Tijdens het aanleveren van de duiven door de clubs op de laadplaats en wanneer er een tussenstop wordt gemaakt de duiven altijd water geven. Het verdient aanbeveling om landelijk alle containers te inventariseren hoeveel liter water er kan worden ingenomen. Meerdere malen extra water geven kan alleen plaats vinden als er voldoende water voorradig is. Misschien is het wel nodig om extra watertanks in sommige containers te installeren.

Speciale drinkbakjes

Afdeling 5 heeft speciale waterbakjes ontwikkeld die bij het aanleveren van de duiven op de overlaadplaats voor de helft gevuld worden met water en tijdens het rijden gevuld blijven met water. De duiven hebben zodoende steeds de beschikking over drinkwater. Elke mand is voorzien van twee van deze drinkbakjes. De ervaring is dat er tijdens het rijden wel water wordt gemorst maar dat dit reuze mee valt. Er kan natuurlijk worden gedacht aan een verbeterde versie met hogere tussenschotjes waardoor het morsen nog meer wordt tegengegaan. Het verdient aanbeveling eens te kijken of dit systeem niet in alle andere containers kan worden toegepast omdat het veel beter voor de duiven is als deze altijd de gelegenheid hebben om te drinken. Misschien levert dit extraatje wel een positieve bijdrage het verminderen van verliezen met jonge duiven. Wat dat betreft steekt afdeling 5 daar wel positief bovenuit in vergelijking met andere afdelingen als je kijkt naar de bezettingspercentages en minder verliezen vooral met jonge duiven.

wagen t3

Speciaal regen werend scherm

Het verdient aanbeveling de mogelijkheid te creëren om aan elke kant van de container een scherm te kunnen bevestigen dat de kant waar de regen op staat, als dat het geval is, kan behoeden voor inslag van de regen. Zodoende kunnen aan die kant de deuren ook open gezet worden en blijven de manden droog. Zonder scherm en bij dichte deuren omwille van regen komt het welzijn van de duiven, die achter de gesloten deuren zitten, ernstig in het gedrang.

Mandbezetting bij meer nachten mand

Het welzijn komt ook in het gedrang als het een vlucht is die door het slechte weer een dag wordt uitgesteld. Voor de maatstaven van meer nachten mand zitten er dan, ook bij de norm van het nieuwe vervoersreglement, veel te veel duiven in de mand. Bij dergelijke omstandigheden komt voor de helft van de duiven die zich dan in de container bevinden hun welzijn ernstig in het gedrang. In het nieuwe vervoersreglement is de “oude” norm van 350 vierkante centimeter per duif (24 duiven in een grote Ruco mand) voor twee nachten of meer ook van toepassing geworden op vluchten met één en twee nachten mand. Naar onze mening zou de mandbezetting bij meer dan twee nachten mand nog verder verlaagd moeten worden en zou het verstandig zijn om ook bij een slechtweer voorspelling, bij een vlucht van een nacht mand, de mandbezetting omlaag te brengen.

 

In deel 4 zullen we een aantal tips geven voor de liefhebber die thuis zijn duiven keurt en inkorft voor de vluchten.

 

Met vriendelijke groet,

Steven van Breemen en Willem Mulder.

zaterdag 18 november 2023

eiDe zorg voor jonge dieren pakt in de natuur heel verschillend uit. Soms beperkt het zich tot het uitzoeken van een goede plek om bevruchte eieren te laten uitkomen waarna de ouderdieren zich nergens meer om bekommeren. Veel vissoorten en kikkers en padden ‘zorgen’ op deze manier voor een succesvol nageslacht. Bekend is ook de Koekoek die een heel bijzondere zorg kent om voor nageslacht te zorgen. Ze laten de zorg voor de jongen over aan gastouders. Kortom, in de natuur komen we de meest onwaarschijnlijke varianten voor om nageslacht veilig te stellen. In onderstaand artikel gaan we in op de broedzorg van de sportduiven, ook wel postduiven genoemd.

Paarvorming

Aan het krijgen van nakomelingen gaat bij sportduiven paarvorming vooraf. De mannetjes duiven, de doffers, brengen een belangrijk deel van de dag door met het indruk te maken op de vrouwtjes die veelal duivinnen worden genoemd. Hiermee begint men als men nog maar een paar maanden oud is. Zodra een duivin op de avances van een doffer ingaat, laat zij dat merken door bij de doffer in het territorium te komen. Veelal is dit een broedbak. Zodra als de duivin het imponeren van de doffer begint te beantwoorden met het knikken van haar kop, dan is de paarvorming in een stadium dat de eerste paring niet lang meer uitblijft. Zolang als de partners bij elkaar zijn, zijn ze in de regel monogaam. Ondanks deze binding die een leven lang kan duren, blijft de doffer niet alleen bezig om andere mannetjes te imponeren, ook blijft hij andere duivinnen het hof maken. Omdat steeds meer DNA onderzoek wordt gedaan bij nakomelingen wordt ook steeds meer duidelijk dat ‘vreemdgaan’ bij postduiven toch regelmatig voorkomt.

Is er eenmaal een paar gevormd dan wordt er niet alleen gepaard, er wordt ook ijverig aan een nest gebouwd. Dit nest bouwt men veelal in een aangeboden stenen nestschotel. Als nestmateriaal krijgen postduiven in de regel tabaksstelen aangeboden. Laat je de duiven in de vrije natuur zoeken dan neemt men van alles mee naar huis wat maar een beetje bruikbaar lijkt. Dit samenbouwen aan een nest versterkt de binding van het gevormde paartje. Als het paartje gevormd is en nestbouw heeft plaatsgevonden kan men ongeveer 12 dagen later het eerste ei verwachten. Soms wat eerder en soms wat later.

Het broedproces

Het eerste ei wordt in de vooravond gelegd en het tweede ei volgt twee dagen later in het begin van de namiddag. Het echte broeden, vangt pas aan kort voor het leggen van het tweede ei. Hierdoor komen de eieren gelijk uit. Na het eerste ei zitten de duiven wel op het nest, maar broeden dan nog niet echt. Ze beschermen de eieren wat, maar bij een strenge vorstperiode kun je het eerste eitje het beste vervangen door een kunstei, want anders is de kans groot dat het eerste eitje bevriest. Als je het eitje dan op de tweede dag enkele uren voor het leggen van het tweede ei weer teruglegt dan zijn er geen problemen.

Na ongeveer 17 tot 18 dagen broeden, komen de jongen uit. Bij het broeden van de eieren zijn zowel de doffer als de duivin actief. De doffer neemt deze taak waar van ongeveer 10.00 uur in de ochtend tot ongeveer 17.00 uur in de middag. De overige tijd broedt de duivin. De jonge duiven in het ei hebben de zware taak om met de eitand de schaal van het ei via het pikken van gaatjes, waarbij het kuiken zich ronddraait, te doorbreken. Dit wordt ook wel het kippen genoemd. Dit proces kan wel van 18 tot 24 uur duren. Als het kuikentje zich eenmaal naar buiten heeft gewerkt lijkt het een klein hulpeloos nat wezentje, maar daar komt snel verandering in.

Groei

De ontwikkeling van nestjongen verloopt zeer snel. Bij de geboorte weegt een jong duifje ongeveer 17 gram. Als de duifjes gespeend worden na zo’n 25 dagen dan bedraagt het lichaamsgewicht maar liefst 250 tot 300 gram. In de eerste zes dagen neemt het gewicht toe van 17 gram tot 50 à 60 gram. Van 17 gram naar 250 tot 300 gram in 25 dagen is een enorme toename in een heel korte tijd. Een volwassen uitgegroeide duif bereikt uiteindelijk een lichaamsgewicht van 350 tot 400 gram. Dit zegt vooral iets over de voedingskwaliteit van kropmelk waarmee de jongen de eerste dagen gevoerd worden. Het proces van ‘melkvorming’ bij duiven is vrij uniek te noemen. Tijdens de kweekperiode ondergaat de krop waarin de kropmelk zich bevindt, een aantal ingrijpende veranderingen onder invloed van hormonen. Nadat de eieren gelegd zijn wordt er in de hypofyse het hor­moon prolactine geproduceerd en naarmate de broedperiode voortduurt, neemt de omvang van deze productie toe. Na zes dagen broeden, begint de kropwand zich al te verdikken en er vormen zich plooien. Er komt een intensievere doorbloeding van de kropwand en de cellen van het weefsel gaan vetten ophopen. Tegen het einde van de broedperiode gaan deze cellen het onderlinge verband verliezen en komen als het ware min of meer los in de krop. Daar vormen ze een kaasachtige brij, de feitelijke kropmelk, welke uiterst voedzaam is. Deze kropmelk is de voeding die de jonge pas uitgekomen duif­jes de eerste vier tot vijf dagen ontvangen.

Dan zullen ze geleidelijk meer en meer overschakelen op graanvoeding dat eerst in de krop van de ouderdieren wordt voor geweekt. Bij de voeding van de jonge duiven spelen zowel de doffer als de duivin een even belangrijke rol. Ook bij de doffer vormt zich kropmelk en hij doet trouw mee aan het voeden van de jongen. Ook in andere opzichten dan de snelle toename van het gewicht ondergaan de kuikentjes in deze korte tijd een gedaanteverandering die er wezen mag. Van een kaal jong is een duif gegroeid met een complete bevedering, het gezichtsvermogen is compleet ontwikkeld en de duiven zijn weerbaar geworden. Deze eigenschap kunnen we al heel snel waarnemen. Zelfs als de veren zich nog in de schachten bevinden zien we de jonge duifjes zich al verweren door met de vleugels te slaan naar ‘indringers’. Als kleine kuikentjes ogen de duifjes nog aandoenlijk, maar als de pennen goed en wel verschenen zijn dan kunnen we bepaald niet zeggen dat het schoonheden zijn die in de nestkom liggen. Ook deze fase duurt maar kort. Als ze eenmaal in de veren zitten en nog vol met gele pluimpjes dan beginnen ze weer echt op duiven te lijken en keert de schoonheid terug.

Spenen

Spenen wil zeggen dat de jonge duifjes bij de ouders worden weggenomen en dat men vanaf dat moment op eigen pootjes moet staan. In de zomer spenen we eerder dan in de winter. In de zomer kunnen de jongen op een leeftijd van 20 tot 22 dagen bij de ouderdieren worden weggenomen en in de winter en vroege voorjaar doen we dat op een leeftijd van 24 tot 28 dagen. Meestal gaan ze op de tweede dag pas eten. Het drinken kan problemen geven omdat men de drinkpot nog niet kent.

We moeten de jonge duiven, die we dan piepers noemen vanwege het geluid wat wordt gemaakt, dan ook goed in de gaten houden. Een pieper die zijn oogjes regelmatig dichtknijpt drinkt niet zelfstandig. Dit duifje moet je pakken en met zijn kopje in de drinkpot stoppen waarbij de snavel in het water zit. Hij zal dan gulzig drinken en vervolgens weet deze pieper blindelings de drinkpot te vinden. Na enkele weken zijn ze zo ver in de ontwikkeling dat ze al de eerste rondjes om het huis vliegen. Ze piepen dan ook niet meer en het zijn dan echte jonge duiven geworden.

duivenhouden.com

vrijdag 17 november 2023

duifzwart

De visies op jonge postduiven verschilt binnen de duivenhouders nogal sterk. Voor een groep van liefhebbers is het eerste levensjaar een heel ontspannen jaar. Pas later in het seizoen enkele zogenaamde natourvluchten laten meevliegen en dan het volgende jaar maar zien wat de jonge duiven doen. Dat lijkt wel een beetje op wat de WOWD bedoelt met het gewoon een jonge duif mogen zijn. Daarnaast zijn er ook veel duivenhouders die met te veel passie de competitie met jonge duiven spelen. De stelling neigt sterk naar de opvatting dat het rustig aan doen met jonge postduiven verre de voorkeur verdient. Daar zijn echter de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Verliezen jonge duiven


Een in 1999 door de WOWD gehouden enquête wees uit dat 41% van de jonge duiven door allerlei omstandigheden in het eerste levensjaar verloren gingen. Het verlies van duiven voor- en na het spenen gecombineerd met het verlies aan huis bedraagt 16,4%.

Overzicht van de verliezen van alle afdelingen tezamen

 

Aantal verliezen

Percentage

Selectie voor spenen

414

2,1%

selectie na spenen

716

3,7%

verlies aan huis

2.064

10,6%

verlies africhting

1.712

8,8%

verlies wedvluchten

3.072

15,8%

Totaal verlies

7.978

41,0%



Aantal geboren duiven: 19.450


Het totaal verlies van 41% is beslist niet onrustbarend hoog, zouden houtduiven en turkse tortels dergelijke sterftecijfers vertonen dan zouden deze populaties onrustbarend snel groeien. Het verlies op de africhtingsvluchten en wedstrijdvluchten is zeker niet alleen toe te schrijven aan het verdwalen van jonge duiven, maar dan moet toch vooral gedacht worden aan het verongelukken van de duiven tegen hoogspanningsleidingen en andere bedradingen, vooral als de duiven de wind tegen hebben en ze laag vliegen waarbij ze op weilanden en andere afzettingen veel draden tegenkomen. En natuurlijk zijn daar onderweg naar huis de havik, slechtvalk en de sperwer als natuurlijke predatoren. In Frankrijk zijn daar bovendien nog de jagers. Kortom, de cijfers zijn veel minder dramatisch dat ze misschien op het eerste gezicht mogen lijken. Natuurlijke duivenpopulaties hebben een veel hoger sterftecijfer. Om de verliespercentages terug te dringen lijkt de WOWD voor een te voorzichtige weg te kiezen. Een goede voorbereiding van de jonge duiven door veel ervaring op te doen lijkt een betere weg.

Het ontwikkelen van het navigatievermogen


Wenst men het navigatievermogen van jonge duiven te ontwikkelen dan moet men voor ogen houden dat dit vermogen bij jonge duiven al aanwezig is. Navigeren leren is er dus niet bij, wel het aanwezige vermogen tot navigeren verder ontwikkelen. Daar is maar één methode voor en dat is trainen en wel zoveel als mogelijk.

Opleren


Dat begint al ver voor de eerste wedstrijdvluchten met het opleren. Dat begint natuurlijk met korte vluchtjes en deze worden langzaam opgebouwd tot een afstand van rond de 100 kilometer. De eerste wedstrijdvluchten liggen ook zo rond deze afstand. Vanaf een afstand van 50 kilometer is het ideaal dat er ook duiven meevliegen van een ander hok dat minimaal op enkele kilometers afstand is gelegen zodat de duiven ook leren dat ze zich uit een groep moeten losmaken om het thuishok te kunnen bereiken.

Weer en wind


Tijdens de wedvluchten kunnen postduiven en dus ook jonge duiven geconfronteerd worden met allerlei weersomstandigheden. Ook daarmee moeten jonge postduiven ervaring opdoen. Het is daarom goed die ervaring ook mee te geven. Dat wil dus zeggen dat het prima is om bij de dagelijkse trainingsvluchtjes om het hok de al enigszins opgeleerde duiven ook te laten vliegen in de regen en ook bij stevige wind. En is er een onweersbui overgetrokken en rommelt het nog wat hoorbaar na, ook dan kunnen de duiven rustig naar buiten. Men moet bedenken dat ook bij opleervluchten en wedstrijdvluchten de duiven met deze omstandigheden te maken kunnen krijgen. De voorzichtigheid die spreekt uit de stelling van de WOWD is funest voor de ontwikkeling van het navigatievermogen van jonge duiven.

Geen wedstrijdvluchten voor jonge duiven


Het is wel heel merkwaardig om een verschil te maken tussen opleervluchten en wedstrijdvluchten. Dat verschil is er alleen voor de duivenhouder. Jonge duiven en ook oude duiven maken zelf helemaal geen verschil tussen deze vluchten. Voor de duiven bestaat enkel dat ze ergens gelost worden en vanaf die plek weer naar hun hok willen ongeacht of het een wedstrijdvlucht is of niet. En als dat verschil al zou zijn ingegeven dat de WOWD angst heeft dat de duivenhouder vanwege het competitie-element misschien ook duiven mee zou geven die niet 100% in orde zijn is meer een ‘motie van wantrouwen’ richting de jonge duivenspelers. Voor de duiven is er geen verschil tussen de soorten vluchten, en duiven die niet 100% in orde zijn mogen nooit worden meegegeven, ook niet als oude duif.

Opbouwen van weerstand


Bij het opbouwen van weerstand is er helemaal geen verschil of jonge duiven nu wel of niet aan wedstrijdvluchten deelnemen. Iedere jonge duif komt ter wereld waarbij in de eerste weken tot maanden de jonge duif beschermd is tegen veel ziekten en wel door de maternale immuniteit verkregen via de eidooier. We zien vaak dat jonge duiven enkele weken na het spenen er niet altijd even florissant bijzitten. Dit is geen kwestie van opleervluchten of wedstrijdvluchten want op die leeftijd zijn de duiven daar nog niet aan toe. Nee, dit is een kwestie van besmettingen die de duiven oplopen en die men zelf door het aanmaken van antistoffen moet overwinnen. Zolang als dit niet zeer ernstig is moet men daar ook helemaal niets aan doen en vooral de duiven de gelegenheid geven zelf die antistoffen aan te maken. Grijpen naar medicijnen heeft een averechtse werking. De duif moet zelf de gelegenheid krijgen om deze antistoffen op te bouwen. Conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat ook hier het verschil tussen opleervluchten en wedstrijdvluchten geen enkele rol speelt.

Natuurlijke rui


Bij het vliegen van duiven is de vleugel natuurlijk een belangrijk instrument. Zodra de duiven hun vliegpennen (tien stuks, soms elf) gaan stoten en dat doen ze een voor een, worden de prestaties naarmate er meer vliegpennen gestoten zijn steeds minder. Een volle vleugel heeft dus voordelen zowel voor de duif als duivenhouder. De duif kan gemakkelijker thuiskomen en de duivenhouder kan beter presteren met zijn duiven. Door helemaal niets te doen aan de duiven zal een duif sneller zijn vliegpennen gaan verliezen (stoten) en lopen de prestaties terug.

Ruiremmers


Volgens de stelling van de WOWD zou het eerste levensjaar vooral gericht moeten zijn op een natuurlijke rui van het nestverenpak. Hier wordt bedoeld dat veel spelers van jonge duiven hun duiven een tijd lang verduisteren om de rui later te laten invallen. Vroeger, in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, werd dit effect bereikt door de jonge duiven met cortisonhoudende oogdruppels te behandelen, zowel met natuurlijk cortisonen als met synthetische cortisonen. Naast een geweldig ruiremmend effect was er ook sprake van vitale duiven door een gunstige werking op de bovenste luchtwegen en bovendien worden de vetten snel omgezet in suikers die als brandstof dienen bij de wedstrijdvluchten. Bij het remmen van de rui hadden de jonge duiven zelfs in oktober nog een volle vleugel.

Doping


Inmiddels kent de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie een dopingreglement waarbij tal van stoffen verboden zijn, ook cortisonen. Niet omdat ze de rui remmen, maar omdat ze bij gebruik ook schadelijk zijn voor de gezondheid. Criterium voor verboden stoffen (doping) is of ze de nadelige gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en bij het gebruik van cortisone is dat geval. Cortisonegebruik kan zelfs leiden tot onvruchtbaarheid bij duiven.

Verduisteren


Als men tot aanvang van de duivenvluchten de jonge duiven verduistert door het duivenhok donker te houden, dat wil zeggen minimaal 12 uur verduisteren, dan vallen de duiven veel later in de rui. Zo kunnen zij de vluchten met jonge duiven met een volle vleugel of bijna volle vleugel vliegen. Dit is alleen maar gunstig op de vluchten, ongeacht of dat nu opleervluchten of wedstrijdvluchten zijn. De rui is een kwestie van het aantal uren daglicht. Verduisteren is daarmee een instrument om de rui te beïnvloeden. Deze methode is in de pluimvee-industrie al sedert geruime tijd heel gangbaar. Ook de amateurvogelkwekers passen deze methode al vele decennia toe. Nooit is gebleken dat dit enige negatieve gevolgen heeft gehad voor welke vogel dan ook.

Bijlichten jonge duiven


Ook het bijlichten van duiven is als tegenhanger van het verduisteren een bekend fenomeen bij duivenhouders. Bij wedstrijdduiven wordt dit toegepast om het najaar van de duiven, de periode waarin de duiven gaan ruien, uit te stellen. Als de dagen gaan korten worden de dagen verlengd en daarom houden de duiven de veren en dus ook de belangrijke vliegpennen langer vast. Enig nadelig effect is nooit vastgesteld.

Bijlichten kweekduiven


Ook wordt het bijlichten aangewend om de duiven in paarstemming te brengen. Langer licht heeft invloed op de hormonen en maakt de duiven paarlustig. Geruide duiven kunnen daarom in december gewoon weer beginnen aan een nieuw nest en het grootbrengen van jongen. In de pluimvee-industrie maar ook bij vogelkwekers is dit een gebruikelijke methode waar geen enkel gezondheidsrisico’s aan kleeft.

Groei en ontwikkeling


Op de groei en ontwikkeling van jonge duiven lijkt het al dan niet deelnemen aan wedstrijdvluchten of opleervluchten geen enkele invloed te hebben. Er is zelfs veel voor te zeggen dat juist de duiven die deelnemen aan wedstrijdvluchten een veel serieuzere voorbereiding krijgen omdat de duivenhouders die wel deelnemen aan wedstrijdvluchten er alles aan zullen doen de duiven goed voor te bereiden op de wedstrijdvluchten.

Mag een jonge duif nog wel een jonge duif zijn?


Een jonge duif moet ervaringen opdoen om als oude duif te leren overleven. Veel vogelsoorten verjagen hun jongen uit hun territorium als ze aan een volgend nest beginnen, zoals onder meer de Turkse tortel en ijsvogel en vele andere vogelsoorten. Daarom is het zo snel mogelijk op eigen benen leren staan van jonge duiven een proces dat heel natuurlijk is. ‘Jong geleerd, oud gedaan’, is zeker van toepassing op onze duiven. Niemand zal twijfelen aan het feit dat we onze duiven veel kunnen leren en dat gaat het beste als jonge duif.

Vermogen van de jonge duiven niet onderschatten


Prestatief mogen we onze jonge duiven niet onderschatten. Günter Prange, een van de meest bekende duivenhouders in Duitsland, is van overtuigd dat ook de jonge duiven bij een goede voorbereiding even gemakkelijk van Barcelona kunnen vliegen als oude duiven. Ook zien we dat overnachtvliegers die hun jonge duiven goed opleren en de gehele jonge duivenvlucht programma meegeven, het jaar daarop met jaarlingen meer dan uitstekende prestaties leveren op de overnachtvluchten en vele ervaren oudere duiven ruimschoots voorblijven. Ervaring laten opdoen en wel zoveel mogelijk in het eerste levensjaar loont.

In de watten leggen?


Jonge duiven in de watten leggen? Een beetje laten lummelen en wat kleinere vluchtjes heeft alleen maar tot gevolg dat wanneer zij als jaarling moeten gaan presteren er velen verloren zullen gaan vanwege gebrek aan ervaring in hun eerste levensjaar. Juist als jonge duif moeten we de duiven verantwoorde ervaringen laten opdoen. Daar profiteren ze hun hele leven van. Steeds wel verantwoord, gezond houden en alleen gezonde duiven in goede conditie laten vliegen. Niet helemaal gezond, sla dan een week over. Dat ze een week later 30 of 40 km. verder moeten vliegen maakt helemaal niets uit. Voor de duiven is dat gemiddeld 20 minuten meer. Het is bijna een ‘plicht’ jonge duiven zoveel als mogelijk allerlei ervaringen te laten opdoen.

Roofvogels


Laat de jonge duiven los als de buizerd aan het rondzweven is om te leren dat ze er boven gaan vliegen zodat ze dat ook doen en wel zo snel mogelijk als ze de havik of de slechtvalk zien.

Veel vliegen


Veel vluchten zowel opleervluchten als wedstrijdvluchten, ook van langere afstanden, zijn voor de duiven geen probleem, maar dat vraagt wel een goede voorbereiding vooral door te zorgen dat de duiven gezond zijn en voldoende vetten bij zich hebben om onderweg over voldoende brandstof te beschikken. Ook tijdens het vliegseizoen moet men niet volstaan met alleen de wedstrijdvluchten maar breng ze tijdens de week ook nog minimaal eenmaal zelf weg.

Leren drinken in de mand


En natuurlijk leren drinken in de mand niet alleen thuis in de mand, maar ook in de reismand waarin ze vervoerd gaan worden. Ideaal is dan ook wanneer een vereniging een eigen wagen met verlichting en watervoorziening heeft. Men kan dan in de vereniging zaterdags bij het afslaan van de klokken de jonge duiven meenemen om ze daar in de manden te zetten met wat voer in de mand de drinkgoten aan de mand en ze de volgende dag om een uur of elf lossen bij het lokaal. Later als ze wat meer ervaring hebben kan men dan ook de duiven op de zondag nog een stuk wegbrengen voor een opleervlucht.

De rui


De rui is een kwestie van het aantal uren daglicht. Verduisteren en bijlichten zijn daarmee instrumenten om de rui te beïnvloeden. Deze methoden zijn in de pluimvee-industrie al sedert geruime tijd heel gangbaar. Ook de amateurvogelkwekers passen deze methode al vele decennia toe. Nooit is gebleken dat dit enige negatieve gevolgen heeft gehad voor welke vogel dan ook. De natuurlijke rui waar de WOWD over spreekt heeft voor duiven die aan wedvluchten of opleervluchten deelnemen eerder een negatief dan een positief effect. Bij het invallen van de rui loopt ook de conditie terug omdat het lichaam ook de energie nodig heeft om de wisseling van het verenpak te voltooien. De duiven vliegen nog wel maar de gretigheid is er vanaf. Goed getrainde duiven die verduisterd zijn niet alleen de duiven die de prijzen winnen, maar vooral ook de duiven die als jaarling niet of nauwelijks verloren gaan omdat ze als jonge duif de kans hebben gekregen om te leren.

Een jonge duif moet de kans krijgen een jonge duif te zijn


Jonge duiven moeten leren om te overleven. Als de WOWD dit antwoord op hun stelling zouden willen horen dan valt daar weinig op af te dingen. Zou men beoogd hebben om het spel met jonge duiven te verbieden en allerlei stapjes terug te doen en de jonge duiven maar een beetje te laten lummelen, dan zou dat desastreus zijn voor de duivensport. Jonge duiven (dieren) moeten in hun eerste levensjaar leren om ook later te kunnen overleven. Onthoud je de jonge duiven dit dan ontneem je de jonge duiven kansen en dat is niet verantwoord.

dier - en- natuur...

donderdag 16 november 2023

jan jacobs

De Nijmeegse dierenarts Dr. C.J.A.C. Bol was in Nederland een der eersten die op wetenschappelijk niveau onderzoek verrichtte naar de vererving van veerpatronen. Reeds in 1926 publiceerde hij o.a. over de dominantie van de schimmelfactor ten opzichte van blauw zwartgeband. Om het nu volgende goed te begrijpen is het belangrijk om het verschil tussen de grondkleuren (rood, zwart of bruin enz.) en de veerpatronen zoals geband, gekrast, gezoomd enz. duidelijk voor ogen te houden. In de literatuur worden deze veerpatronen ook wel structuurkleuren genoemd om aan te geven dat het pigment in de veren volgens een bepaalde structuur of tekening zichtbaar is. Deze veerpatronen vererven niet geslachtsgebonden in tegenstelling tot de vererving van de grond- kleuren die wel geslachtsgebonden vererven. De vererving van de veer- patronen is echter wel aan bepaalde wetten onderhevig. Meerdere erffactoren spelen een rol. Voor fokzuiverheid is vereist dat de erfinformatie dubbel aanwezig is.

De wijze van vererving der diverse veerpatronen is echter voor alle grondkleuren gelijk. Uitgaande van de grondkleur zwart kunnen we het volgende rijtje van dominantie opstellen: (Bij de hierna volgende voorbeelden gaan we er gemakshalve van uit dat de doffers niet de geslachtsgebonden factor voor verdunning bezitten.)

Blauw ongeband ook wel holblauw genoemd: onderling gepaard brengen die alleen maar blauw ongeband. Het veerpatroon ongeband is recessief ten opzichte van alle andere veerpatronen en zijn voor dit veerpatroon dus altijd fokzuiver.

Blauw geband, onderling gepaard (mits fokzuiver) kunnen daar alleen blauw gebanden uit vallen. Als beide partners fokonzuiver zijn en de factor voor ongeband voeren kunnen er ook ongebanden uit vallen. Let goed op ! Uit twee gebanden kunnen nooit of te nimmer gekrasten vallen. Indien dit wel het geval is kunt u er zeker van zijn dat er een vreemdparing heeft plaatsgevonden.

Donkerkras ook wel zwartkras genoemd, onderling gepaard brengen (mits fokzuiver) alleen zwartkrassen, indien niet fokzuiver kunnen er ook blauwkrassen, blauwgebanden of blauwen zonder banden uit vallen.

Donker ook wel T.patroon genoemd, is maar bij enkele rassen erkend, onderling gepaard kan men (mits fokzuiver) alleen donkeren verwachten. Als ze niet fokzuiver zijn kan men er donkerkrassen, blauwkrassen, blauwen met banden en blauwen zonder banden uit fokken.

Zwart ook wel roekkleurig genoemd, vererft door de zogenaamde S.= (spreidingsfactor) iets anders dan de hierboven genoemde  veerpatronen. De roekkleur bij zwart is altijd gekoppeld aan de spreidingsfactor. Zelfs bij enkelvoudige aanwezigheid van de S. factor is hij al dominant over de andere veerpatronen. Deze dominantie is soms niet volkomen. Bij zwarten met maar één gen voor de S. factor is de kleur vaak wat grauw en kan men op de schilden nog vaag banden of krastekening waarnemen. Indien de S. factor in tweevoud aanwezig is bedekt hij alle andere veerpatronen volkomen, deze veerpatronen zijn echter in de erfmassa nog wel degelijk aanwezig. Dit is eenvoudig vast te stellen door een zwarte te verparen met een blauwe zonder banden. In de F.1 kan men slecht doorgekleurde zwarten verwachten. Onderling gepaard brengen deze dieren in de F.2 gekrasten of gebanden. Omdat deze erffactor bij de ongebande blauwe ontbrak komt die aanleg voor gekrast of geband dus van de zwarte partner.

Als wij een blauw gebande duif paren met een fokzuivere blauwkras, kunnen we omdat gekrast dominant is over geband alleen maar gekrasten verwachten. Jammer genoeg komen fokzuivere krassen vrijwel niet voor. Praktisch altijd bezitten ze de factor voor geband. Aan het uiterlijk (het fenotype) is dat niet vast te stellen, alleen door proefparingen kan men er achter komen.

Alles wat we hier geschreven hebben over de diverse veerpatronen bij een zwarte grondkleur gaat volledig op voor de grondkleuren bruin en het dominante-(postduivenrood) het zogenaamde sierduivenrood vormt op dit alles een uitzondering bij de beschrijving van de vererving van de diverse kleuren kom ik daar nog uitgebreid op terug.

Vererving van de grondkleuren
Bij duiven hebben we in principe maar met drie grondkleurkleuren te doen, alle andere kleuren zijn hiervan afgeleid.
Postduivenrood: Postduivenrood is dominant (overheersend) over alle andere kleuren. Postduivenrood is te herkennen aan de lichtere kleur van staart en slagpennen in vergelijking met de schildkleur.
Zwart: Zwart vererft recessief (terugtredend) ten opzichte van postduivenrood maar is dominant over bruin en sierduivenrood.
Bruin: Bruin vererft recessief ten opzichte van postduivenrood en zwart, maar (mits fokzuiver) dominant over sierduivenrood.
Sierduivenrood: Sierduivenrood is herkenbaar doordat staart en slagpennen dezelfde kleur hebben als de rest van het lichaam. Sierduivenrood vererft in tegenstelling tot de andere grondkleuren niet geslachtsgebonden en is recessief ten opzichte van alle andere kleuren. Als ik het hierna heb over de geslachtsgebonden vererving van de grondkleuren is dat dus uitdrukkelijk met uitzondering van sierduivenrood. De erffactor (het gen) voor sierduivenrood is niet gebonden aan het geslachtschromosoom en vererft op een andere wijze.

Zoals ik al eerder stelde, chromosomen zijn altijd paarsgewijze aanwezig. De geslachtschromosomen van de doffer noemen we de XX chromosomen en de geslachtschromosomen van de duivin worden XY chromosomen genoemd. De erffactor voor de kleur is gekoppeld aan het X geslachtschromosoom. We weten dat in de zaadcellen van de doffer altijd een X chromosoom aanwezig is. Bij de eicellen van de duivin is de kans op een X chromosoom maar 50%. De Y eicellen van de duivin bevatten geen erffactoren voor de veerkleur. De veerkleur van de nakomelingen uit deze Y eicellen wordt dus alleen door de doffer bepaald.
De doffer bezit twee erffactoren voor kleur, hij draagt als het ware twee jassen over elkaar. Een zichtbare en de andere die hij er onder draagt. Als beide jassen dezelfde kleur hebben is hij fokzuiver. Als de jas die hij er onder draagt een andere kleur heeft is hij fokonzuiver. Die onderste jas is altijd recessief van kleur ten opzichte van de zichtbare (dominant gekleurde) jas. Onder de jas van een niet fokzuivere postduifrode doffer kan wel een tot de zwart- of bruingroep behorende kleur schuilgaan maar nooit andersom. De duivin kan maar één erffactor voor kleur aan haar nakomelingen meegeven, een duivin is dus altijd fokzuiver waar het een geslachtsgebonden kleur betreft. Bij een paring geeft de doffer altijd een jas (erffactor) voor kleur af, dit kan de zichtbare zijn of de onzichtbare (de jas die hij er onder draagt.) De duivin geeft maar aan de helft van haar nakomelingen haar erffactor af. De jongen die zo’n erffactor ontvangen hebben er dus twee en zijn dus doffers. De andere jongen krijgen alleen een erffactor van de doffer en zijn dus duivinnen.

Een fokonzuivere postduifrode doffer x een postduifrode duivin.. Alle doffertjes uit deze paring kunnen alleen maar postduifrood zijn. Zij hebben allen van de duivin de factor voor rood gekregen en deze factor is dominant over de eventueel van de doffer ontvangen factor voor de zwarte kleur. Bij de jonge duivinnen uit deze paring is dat natuurlijk niet het geval, zij hebben alleen een erffactor voor kleur van de doffer, dat kan rood zijn maar ze kunnen ook de andere factor (de niet zichtbare jas die hij er onder draagt) ontvangen hebben en dan behoren ze tot de zwartgroep.

Verdunningen
Van alle grondkleuren zijn er ook verdunningen. Bij sommige kleurslagen is bij oudere dieren niet zonder meer vast te stellen tot welke groep ze behoren. Roekbruin en dun worden nogal eens verwisseld ook dominant en recessief wit vertonen weinig verschil. Bij de nestjongen is het verschil wel heel duidelijk. Verdundkleurige jongen zijn altijd kort bedonst. Niet alleen de kleur maar ook ieder veerpatroon heeft zijn verdunde tegenhanger. Op mijn computerlijst staan maar liefst 746 verschillende kleurslagen vermeld. U zult het mij niet kwalijk nemen als ik in dit verband alleen de grondkleuren en enkele bekende veerpatronen en hun verdunningen vermeld.
Kleur                                                Verdunning
¨        zwart                                      dun
¨        blauw gekrast                      leverkras
¨        blauw geband                     blauwzilver
¨        blauw zonder banden        blauwzilver zonder banden
¨        bruin                                      khaki
¨        postduifrood                        postduifgeel
¨        roodzilver                              geelzilver
¨        sierduifrood                          sierduifgeel
Intensieve kleuren vererven altijd dominant ten opzichte van verdunde kleuren. Omdat de factor voor verdund geslachtsgebonden is en dus gekoppeld is aan het X chromosoom kunnen alleen doffers onder hun intensief gekleurd fenotype onzichtbaar de erffactor voor verdund voeren. Een duivin met de factor voor verdund is ook verdundkleurig in haar uiterlijk. Het is echter zeer wel mogelijk dat een niet fokzuivere postduifrode doffer zowel de erffactor voor de kleur zwart en de erffactor voor verdund voert. Uit een paartje roodzilver duiven kunnen dus blauwzilvers vallen. Lezers die het voorafgaande goed begrepen hebben weten dat dit alleen duivinnen kunnen zijn. Achter een verdundkleurig uiterlijk kan nooit de factor voor intensief schuilgaan. Een verdundkleurige doffer is dus altijd fokzuiver voor de erffactor verdunning maar hoeft dat voor kleur niet te zijn. Een niet fokzuivere geelzilver doffer kan als tweede jas dus wel een blauwzilver gekleurde dragen maar geen intensief gekleurde.

Sierduivenrood
De vererving van sierduivenrood is totaal verschillend van de andere kleuren. Sierduivenrood is altijd roekkleurig en herkenbaar aan de doorgekleurde staart en slagpennen. De erffactor voor sierduivenrood is niet geslachtsgebonden en is recessief ten opzichte van alle andere kleuren. In het genotype van beide geslachten kan de aanleg voor sierduivenrood aanwezig zijn. Deze erffactor kan zich achter iedere maar denkbare kleur verschuilen. Pas als een jong van beide ouders die factor meekrijgt kan die prachtige kleur zich manifesteren. Helaas zijn er veel factoren die het aanzien van sierduivenrood negatief kunnen beïnvloeden. Vooral de aanwezigheid van postduivenrood in de erfmassa schijnt aan de kleurdiepte afbreuk te doen. Om in te kruisen is diep zwart het meest geschikt. In de F.1 (de eerste generatie) zijn alle jongen in beide geslachten zwart maar bezitten eveneens allemaal de factor voor sierduivenrood. Bij terugparing aan sierduivenrood kan men op 50% sierduifrode nakomelingen rekenen. Als men die F1 jongen onderling paart is er theoretisch kans op 25% rode nafok. De zwarte kleurslag kan zich alleen manifesteren met behulp van de zogenaamde S. (Spreidings) factor. Zelfs bij enkelvoudige aanwezigheid kan deze factor alle tot de zwartgroep behorende veerpatronen bedekken. Bij sierduivenrood kennen we ook zo iets maar die zogenaamde e.factor moet altijd dubbel aanwezig zijn. Deze e.factor heeft nog een veel sterkere werking, onder invloed hiervan worden alle kleuren en veerpatronen volledig door het sierduivenrood bedekt.

Onderlinge beïnvloeding van kleuren
Met behulp van een elektronenmicroscoop kunnen chromosomen zichtbaar gemaakt worden. In een schematische afbeelding worden chromosomen vaak afgebeeld als een soort kralensnoer die om een denkbeeldige verticale as zijn gewikkeld. De plaats van een chromosoom op dat denkbeeldige kralensnoer is niet willekeurig. Hoe dichter bepaalde chromosomen/erffactoren bij elkaar liggen hoe groter de kans op onderlinge beïnvloeding schijnt te zijn. De wetenschap die zich hiermee bezig houdt maakt enorme vorderingen, toch ben ik bang dat wij de praktische toepassing hiervan in de duivenfok niet meer mee zullen maken.
Bij een aantal kleurslagen kun je met haast 100% zekerheid voorspellen welke kleur de nakomelingen zullen krijgen. Vooral bij kruisingen van twee rassen is dat vrijwel onmogelijk en kom je voor de vreemdste verassingen te staan. Ook achter wit (wit is geen kleur maar een factor die belet dat de genetische kleur zichtbaar wordt) kan letterlijk alles verborgen zijn. De meeste sierduivenfokkers houden precies bij wat zij jaarlijks fokken. Op ieder hok worden er jaarlijks wel jongen geboren in een kleur of veerpatroon dat totaal afwijkt van de ouderdieren. Het zou prachtig zijn als lezers/fokkers in de toekomst een korte omschrijving van zo iets op zouden sturen. Daar kunnen we allemaal veel van leren.

Tot slot, ik hoop met dit artikel enige interesse voor het onderwerp ‘Kleurvererving’ gewekt te hebben. Om het artikel niet onnodig lang te maken heb ik alles heel summier gehouden. Tal van factoren die kleur en veerpatroon bepalen zijn daardoor niet aan bod gekomen. Voor wie er werkelijk meer van wil weten kan ik een tweetal boeken aanbevelen.
Handbuch der Tauben, door Axel Sell
The Pigeon, door Wendell Mitchell Levi

woensdag 15 november 2023

In Duifke Lacht en ook in Winning, beschrijft Dirk Zoland een vraaggesprek dat hij had met de grote meester. Een aantal zaken uitgelicht:

 weerd

Over Piet de Weerd:
Hij bezat de kunst op de taal en het gevoel van de duivenliefhebber in te spelen. Piet de Weerd loont gewoonweg de moeite. Vandaag kunnen we de in 1913 geboren Piet de Weerd als een levende legende bestempelen. Het is één van de laatsten van de oude garde uit de "grote" tijd van de duivensport. Hij heeft zonder twijfel zijn plaats in de galerij van illustere figuren. Niet omdat hij grootse resultaten neerzette. Hij heeft immers nooit zelf met eigen duiven aan wedvluchten deelgenomen. Neen, hij bracht als auteur de duivensport op een hoger niveau. Tevens verstaat hij als geen ander de techniek van de selectie en het koppelen van duiven. Hij "maakte" bekende hokken of bracht hen tot ongekende successen. Zo is het ras "Jan Aarden" verbonden aan de naam Piet de Weerd, terwijl het bekende Duitse hok van Raymund Hermes hem eveneens veel verschuldigd is.

Over liefhebbers zegt Piet de Weerd:
De meeste liefhebbers hebben één keer succes, doch na vijf à zes jaar zijn ze weer van het toneel verdwenen. De oorzaak hiervan is dat ze geen kweekkoppels kunnen vormen. Dat is hun enige probleem. Negen van de tien duivenliefhebbers kunnen geen kweekkoppels vormen. Ze denken echter dat ze het kunnen. Als iemand een beetje goede resultaten behaald, denkt hij onmiddellijk dat hij alles kan. Dat is een epidemie onder duivenliefhebbers. Meestal kunnen ze een duif niet van een kraai onderscheiden, doch ze denken het te kunnen eens ze een paar prijzen gewonnen hebben.

Over goede duiven:
Om het even waar men gaat: 80% van de duiven zijn waardeloos, 80% deugt niet. En met de resterende 20 % moet men zeer voorzichtig zijn als men daarvan koppels wil vormen. Waaraan ik nog wil toevoegen dat men voor de fond "voetgangers" nodig heeft. De beste duiven van de wereld zijn "voetgangers". Als men een ras wil opbouwen, moet men beginnen met duiven te kopen. En wat koopt men het beste? Een nationale winnaar die te voet gekomen is. Mijn ervaring is dat dat in het algemeen de beste kweekduiven zijn. En als men halve fondduiven wil kweken, kan men snelheidsduiven er tegen koppelen. Snelheid erin brengen is geen probleem. Maar hetgeen in de kop van een duif steekt, dat is wel een probleem. Wat in de kop steekt, denken sommigen in de ogen te kunnen lezen. Ik kan wel zeggen dat als men twee duiven koppelt met grote pupillen men niet op de juiste weg is. Daar kan wel eens een goede duif uitkomen, maar normaal niet, niet één op tien, niet één of twintig. Neen, men moet duiven hebben met een kleine pupil en veel kleur in de iris. Maar als men zich enkel hiertoe beperkt, zonder rekening met de mand te houden, dan duurt het niet lang. Men heeft dan een hok vol schilderijen van Rubens of Rembrandt zitten, maar die niet over de straat kunnen vliegen. De mand hoort nu eenmaal bij de selectie.

Onze spieren moeten geoefend worden. Atleten trainen ongelooflijk veel. Duiven hebben daarentegen niet zoveel training nodig. "Dat klopt. Zelfs bij fondduiven is dat het geval. Ze hebben voordien weinig gevlogen en winnen een kopprijs, zelfs bij zwaar weer. Ze hebben echter wel gedronken. Dat is het belangrijkste. Ze moeten veel drinken omdat ze vaak met de vleugels slaan: 250.000 vleugelslagen. Zonder drinken gaat dat niet, we kunnen er niets aan veranderen. Doch "natte" duiven hebben over het algemeen een betere waterhuishouding. Dat denk ik in ieder geval.

"Wat is een "natte" duif?"
Een duif heeft geen zweetklieren. Men kan voelen of een duif nat is, ze voelen klam aan. Deze klamme duiven staan tegenover droge duiven. Er zijn twee oorzaken voor een droge duif. Ten eerste kan het aan de soort liggen. Deze duiven moet men onmiddellijk opruimen. Duiven kunnen echter ook droog zijn omdat ze op een nat hok zitten en zodoende allerhande ziekten hebben. Dat heb ik van Henk (z'n zoon). Hij zegt dat natte duiven op droge hokken zitten en droge duiven op natte hokken." Genetisch is een duif droog of nat en daarenboven speelt de gezondheid een grote rol. Men moet dat onderscheiden, maar dit is moeilijk. Genetisch droge duiven bestaan niet, omdat die allang achtergebleven zijn. Het heeft dus altijd met de conditie te doen. Slechte hokken zijn hokken waarop te veel duiven zitten of waarvan de verluchting niet goed is. Op zulke hokken treft men droge duiven aan. Ze hebben een droog, dof en slecht vederwerk. Op goede hokken zitten duiven, die zijdezacht en nat zijn. Goede hokken hebben een luchtvochtigheid van 50 tot 60%. Dat zijn de besten. Wat de conditie betreft, zijn droog en nat een groot verschil. Velen konden hun duiven niet koppelen. Dat is bijna bij tien liefhebbers op tien het geval. Er zijn veel liefhebbers die goede duiven kopen en er niets uit kweken. Na drie à vier jaar worden die dan opgeruimd. Waaraan ligt dit? 

Dat juist koppelen is alles. Ik heb zeer veel duiven gekoppeld die andere duivenliefhebbers nooit zouden samen zetten. Weet je welke duiven? Duiven met een kort borstbeen en een lange staart. Wat de fond betreft, selecteert de mand in die richting. En dat is iets wat duivenliefhebbers niet graag hebben. Daarom koppelen ze deze duiven met duiven die iets anders zijn, die dus een lang borstbeen en een korte staart hebben. Dat doen ze graag, maar dat leidt ook naar de ondergang. Als ik aan de fondduiven denk die ik gekend heb, dan had de meerderheid van hen een kort borstbeen en een lange staart. Dat is de waarheid, maar geen mens wil deze duiven hebben. Men dient echter een onderscheid te maken tussen de overnachtvluchten (grote fond) en de fond van 600 tot 900 km. Er zijn weliswaar uitzonderingen en hier denk ik aan de "Klaren" van Desmet-Mathijs. Dat was een duif met grote vleugels en zonder kort borstbeen en zonder lange staart. Maar in het algemeen hadden van de honderd fondduiven die ik gezien heb de meerderheid, zo'n 70%, een kort borstbeen. Ik heb er speciaal op gelet. Ik dacht steeds: "Hoe is dat mogelijk, een tamelijk kort borstbeen en een lange staart!"

Uit welke duiven moet je kweken:
Neen, een duif van drie jaar is niet beter voor de kweek dan een duif van tien jaar. Er is geen verschil. Vijf dingen zijn van belang:
de kwaliteit van de spieren (samentrekkings-vermogen en kwaliteit van het spierweefsel).
de mogelijkheid reserves te stockeren (uithouding).
de spiermassa (spierkracht).
de doorbloeding van het spierweefsel.
de algemene vitaliteit.
Ik merkte dat de vitaliteit, de agressiviteit zeer belangrijk was. De agressiviteit van een duif kan men testen door aan haar bek te trekken. Als ze zich niet weert, is ze negen keren op tien totaal waardeloos. Waarom ze zich weren weet ik niet. Ze doen het in elk geval niet uit angst. Het heeft met eigenzinnigheid te maken denk ik. Agressiviteit schijnt in de erfelijkheid een belangrijke rol te spelen. Vitaliteit en agressiviteit zijn heel belangrijk, ze hebben met het overlevingsinstinct te maken.
Het oog is ook belangrijk. Wat de ogen betreft, zijn er ook verschillen in kwaliteit. Als je niets anders doet als op het oog selecteren, je niet aan wedvluchten deelneemt en dat gedurende vijfentwintig jaar, dan heb je schone ogen, maar de duiven kunnen niet van hier tot daar vliegen.

In een paar zinnen waar de duivensport om draait.

Subcategorieën

Nieuwsbrief Peter Boskamp

Peter Boskamp
21 januari 24
Ik ben van mening dat dit de basis moet zijn van aanpak van dit probleem. Immers het gebruik van medicijnen moet beschouwd worden als een noodzakelijk kwaad. Door de hygiëne enerzijds niet te...

Columnist in Spotlight

08 februari 24
Dit wordt een beetje een eigenaardig artikel...
28 december 23
Een paar dagen geleden zag ik op PLATTELANDS TV een...
21 december 23
Na 60 jaar duivensport . Om te beginnen...
14 december 23
Ik schrijf 1930 . Het is crisis . De ergste ooit...
30 oktober 23
Ik ga nog eens iets schrijven .Tijdje geleden . ...
08 juli 23
Ik ga proberen om nog eens iets te schrijven....
03 juni 23
Ik moet mij in de eerste plaats verontschuldigen bij de groep van...
19 april 23
23 maart 23

Colums in spotlight

Vrienden van Duivenvaria.nl

Promo185x75new Promo185x75new AddeJong185x75new Promo185x75new Promo185x75new Fondclubmiddenlimburg185x75new Promo185x75new Promo185x75new NPO185x75new Promo185x75new Promo185x75new MichelBeekman185x75new Promo185x75new AdSchaerlaeckens185x75new CombvanHeteren185x75new Embregtstheunis185x75new Promo185x75new Fondclubgrootrotterdam185x75new Promo185x75new Duivenmarktplaats185x75new Promo185x75new LeoLronk185x75new Hooymansduivensport185x75new Promo185x75new GerardDekker185x75 Promo185x75new Promo185x75new BannervanAdrichem185x75 Promo185x75new Promo185x75new ZLU185x75new Promo185x75new Ceeschroevers185x75new GJBeute185x75new FKramerCouwehand185x75new Promo185x75new

Meest gelezen berichten

Buienradar

Weer

meteobelgie1

 meteofrance1

vliegweer voor duiven1

Uitslagen

Compuclub250x80new

 

 

Afdelingen

Afdeling1 135x40Afdeling7 135x40
Afdeling2 135x40Afdeling8 135x40
Afdeling3 135x40Afdeling9 135x40
Afdeling4 135x40Afdeling10 135x40
Afdeling5 135x40Afdeling11 135x40
Afdeling6 135x40Afdeling12 135x40